telegraaflijnen langs de spoor- en andere wegen of dwars door beemd en akker, dragen het hunne tot de „Verdrahtung” bij en het land en de dorpen zijn vol electriciteits-, telegraaf- en telefoondraden, alles opgehangen aan ontelbare ijzeren, houten, soms ook wel, hetgeen nog erger is, aan betonnen palen. Men kan wenschen, dat tram en spoor hun beweegkracht aan ondergrondsche geleidingen zullen ontleenen; doch er is niet het geringste uitzicht, dat zulk verlangen zal verwezenlijkt worden. Maar wel mag gevorderd worden, dat bij electrici-teits-voorziening, telefoon en telegraaf van ondergrondsche kabels gebruik zal worden gemaakt, althans in zoo verre dit technisch mogelijk is.
142