Het kleine land en zijn groote schoonheid

Titel
Het kleine land en zijn groote schoonheid

Jaar
1941

Druk
1941

Overig
1ed 1941

Pagina's
292



vallen. Het zal aanstonds blijken waarom dit een voordeel is. Zijn vruchten zijn smakelijk en behooren tot hetgeen men het natuurlijke voedsel van den mensch mag noemen. Hij groeit weliswaar vrij langzaam en is niet met eiken grond tevreden, doch het zou niettemin wel aan te bevelen zijn, hem te planten langs wegen en dijken, in streken waar de bodem naar zijn zin is.

Andere vruchtboomen komen echter niet in aanmerking voor wegbeplanting. Oók niet uit een oogpunt van nuttigheid. Zij vereischen veel zorg. Zij moeten nu en dan gesnoeid worden; hunne stammen moeten vrijgehouden worden van mos; zij moeten voorzien worden van vangbanden en twee malen in het voorjaar bespoten worden met insecten werende middelen; vele soorten zijn, vooral op bepaalde gronden, onderhevig aan kanker en daartegen, evenals tegen de monilia-zwam, moet onafgebroken gestreden worden. Laat men deze dingen na, dan zal de opbrengst weinig te beteekenen hebben. Past men ze toe, dan vordert dit niet onbelangrijke uitgaven. Dan is daar de quaestie der bemesting. Op zand- en andere schrale gronden is bemesting en verdere verzorging van den bodem onontbeerlijk; zonder dat, is er van het verkrijgen van vruchten in het geheel geen sprake. Op zwaren grond kan men het op dit stuk iets zuiniger aanleggen, doch men kan het er geenszins geheel zonder stellen.

Beplanting van wegen met vruchtboomen is dus een vrij kostbare onderneming, welke vele gemeenten en waterschappen zich bezwaarlijk zullen kunnen veroorloven, waarbij nog de vraag mag worden gesteld, of bemesting langs straat-, doch vooral langs onze tegenwoordige beton- en asfalt-wegen, geflankeerd door betegelde rijwielpaden, wel mogelijk is. Maar men zal allicht zeggen: tegenover zulke uitgaven staat dan toch de opbrengst der voortgebrachte vruchten. Ongetwijfeld .... als er maar vruchten zijn en van behoorlijke quali-teit. Nachtvorsten, stormen, rupsen, larven, wespen en andere insecten, vogels enz. zijn factoren, die de opbrengst maar al te vaak ongunstig beïnvloeden, dikwerf zelfs nul doen worden. Tegen sommige dezer kwade invloeden kan men in boomgaarden en fruittuinen een en ander uitrichten; doch als men te doen heeft met vele kilometers lange rijen boomen, dan zal dat tot de onmogelijkheden behooren. En dan is er nog een andere factor, met welken men in ons lieve vaderland nu eenmaal gedwongen is rekening te houden; de baldadigheid van de onrijpe, de rijpe en de overrijpe jeugd.

144

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.