zouden afvoeren, zonder dat er een druppeltje over den rand zou kunnen vloeien. De werkverschaffing, of werkverruiming, kwam er natuurlijk aan te pas en er werd con amore genormaliseerd. De aldus begenadigde beken werden bevrijd van overtollige bochten en krommingen; zij zien er nu netjes uit, recht en glad, met mooie, precies overal even schuine en even hooge oevers, alles keurig in orde. Er zal daar nu voortaan geen druppel water buiten de voorgeschreven route kunnen komen. Orde moet er wezen. Men kan nu ook zeer gemakkelijk langs de oevers loopen, zonder hinder van vervelende plantengroei, van struikgewas en boomen, alles aldaar vóór de normalisatie zeer welig. Men heeft dien rommel grondig opgeruimd. Men kan er van op aan, dat de normaal gemaakte beken ook vrijgehouden zullen worden van lisschen, plompen, waterlelies, zwanebloemen en dergelijk ontuig, zoodat wat nu normaal is, ook normaal zal blijven.
Met reden mag verwacht worden, dat soortgelijke heilzame maatregelen weldra ook op de overige wildebrassen toegepast zullen worden: op hun beurt zullen alle beken de zegeningen der normalisatie ondergaan. Dat aldus opnieuw en onherroepelijk een belangrijk stuk van den luister des lands zal verloren gaan, daarop wordt niet gelet. Materieele belangen, ook al zijn zij van nagenoeg geen beteekenis, of zelfs geheel denkbeeldig, gaan voor en boven kinderachtigheden als schoonheid en natuur.
Ad 16. Ten slotte een kwaad, dat in de laatst-verloopen jaren een ernstig karakter heeft aangenomen. Het is wat de Duit-schers noemen „die Verdrahtung der Landschaft”. Alom in den lande heeft men, ten dienste der voorziening met electri-schen stroom, over zeer groote uitgestrektheden en op betrekkelijk korte afstanden van elkander, geweldige gevaarten, eiffeltorens op verkleinde schaal, geplaatst, aan welke dradenmassa’s zijn opgehangen. Deze dingen bederven het mooiste landschap. Zij verstoren de ruimte-werking van heiden en polders en vervullen het land met leelijkheid. Daarnevens komen de electrische geleidingen van tram- en spoorwegen, met hunne eindelooze rijen metalen of betonpalen. De weg van Amsterdam naar Haarlem, die over zijn geheele lengte begeleid wordt door een dubbele electrische spoor- en dito tramlijn, is wel een zeer afschrikwekkend voorbeeld van de ellende, die zulk een opeenhooping van palen en draden in het landschap veroorzaakt. Doch daarbij blijft het niet. De
141