zelfs heeft het Rijk eenige jaren geleden de prachtige duinen tusschen Katwijk en Noordwijk over weinig minder dan de geheele diepte ter afgraving verkocht.
Aldus wordt met een van de voornaamste en bijzonderste der schoonheden, met welke de natuur ons heeft begiftigd, omgesprongen. Er kan niet krachtig en nadrukkelijk genoeg tegen worden opgekomen.
Ad 13 en 14. Nederland heeft, het werd reeds gezegd, geen overvloed van bosschen. Aanplant van hout is dus noodig, mits het niet geschiedt ten koste van andere schoonheid, niet uitsluitend naaldhout wordt gepoot of gezaaid, niet slechts commercieele doeleinden worden beoogd en bij aanleg en exploitatie niet al te wetenschappelijk wordt te werk gegaan. Hieruit volgt, dat op het behoud der bosschen, die wij bezitten, niet sterk genoeg kan worden aangedrongen en dat de wet het vernietigen van bosschen behoorde te verbieden. „Kaalslag” zou niet gedoogd mogen worden. Voorgeschreven zou moeten worden, dat jaarlijks slechts een bepaald en niet te groot percentage van een bosch geveld mag worden en dat voor eiken gerooiden boom onmiddellijk een nieuwe moet worden geplant. In bepaalde gevallen zou het uitvaardigen van een kapverbod mogelijk moeten zijn.
Wij verheugen ons in het bezit van een Boschwet. Bepalingen als de hier genoemde bevat zij echter niet. Het eenige voorschrift van beteekenis, dat zij bevat, is, dat publiekrechtelijke lichamen geen boomen, bosschen enz. mogen rooien zonder toestemming van den met de uitvoering der wet belasten minister, die aldus tot het leggen van een kapverbod op zulke bosschen bevoegd is. Maar ten opzichte van particulier bosch-en boomenbezit mist hij dit recht. Iedere eigenaar van een bosch kan met zijn bezit naar welgevallen handelen. De gevolgen van deze leemte in de wet treden herhaaldelijk aan den dag. Verkoop van bosschen, of van landgoederen, die in werkelijkheid bosschen zijn, voornamelijk met het doel er bouwterrein van te maken — onophoudelijk verneemt men er van. In de schoonste streken des lands, vooral wanneer zij niet ver van een eenigszins belangrijke stad zijn gelegen, woedt dit kwaad het hevigst. Verwonderlijk is dit niet. De toeneming der bevolking en de daarmede samenhangende groei der steden, vordert steeds meer gelegenheid tot aanleg van nieuwe wijken. De waarde van in hunne nabijheid gelegen landgoederen en bosschen gaat dientengevolge stijgen en bereikt ten
138