Het kleine land en zijn groote schoonheid

Titel
Het kleine land en zijn groote schoonheid

Jaar
1941

Druk
1941

Overig
1ed 1941

Pagina's
292



anders uitizen, dan de aanzienlijke wijken met „open bebouwing”, in de meeste steden van eenige beteekenis te vinden. Tegen de heillooze lintbebouwing moet dan ook veel krachtdadiger worden opgekomen, dan tot nog toe het geval is geweest. Toen in 1928 droogmaking van de Loosdrechtsche Plassen dreigde, ontstond een sterke beweging, tegen deze beraamde wandaad gericht. De geschiedenis kent meer dergelijke gevallen. Het is dan steeds een dramatische gebeurtenis geweest, die de menschen deed opschrikken en hen tot handelend optreden bracht. De lintbebouwing wekt echter geen ontroering. Zij is geen opzienbarende daad. Men bemerkt er weinig van en dus is er van een daartegen gerichte volksbeweging niets te bespeuren. Aldus woekert het euvel in stilte, doch onafgebroken en nagenoeg onbestreden voort — totdat iedereen het in al zijn afschrikwekkendheid ziet; en dan zal het te laat zijn.

Ad 12. Elders in dit boek wordt te velde getrokken tegen bebossching van het duin. Doch er is een veel erger kwaad: het bebouwen en afgraven van duinen. Wie aanschouwt wat er van dezen aard reeds is geschied, vraagt zich af: Waaraan is het toe te schrijven, dat onze duinen, die ons land beschermen tegen de aanvallen van de zee, niet alle het Rijk toebehooren, doch voor een aanzienlijk gedeelte het eigendom zijn van particulieren? Hoe luidt de geschiedenis van dit bezit? Op welke tijdstippen en op welke wijze zijn duingebieden particulier eigendom geworden? Het antwoord op deze vragen zou belangwekkend zijn en wellicht kunnen leiden tot het verkrijgen van den eenig mogelijken rationeelen toestand: alle Neder-landsche duinen het eigendom van den Nederlandschen Staat. Dan eerst is er kans, dat een einde wordt gemaakt aan de bebouwing van het duin, die veel grooteren omvang heeft en krijgt, dan men wel zou denken. Al onze badplaatsen, van Hoek van Holland tot Huisduinen, om van de Zuid-Holland-sche, Zeeuwsche en Noordzee-eilanden te zwijgen, breiden zich gestadig uit, voornamelijk, althans in aanzienlijke mate, door huizenbouw op en tusschen de duinen. ’s-Gravenhage heeft een zeer aanzienlijk duingebied ingeslikt en maakt zich gereed nog meer te verorberen. Villadorpen als Wassenaar en Bloemendaal zijns reeds vrij ver in het duin doorgedrongen en zullen blijven voortgaan dit te doen. Te Castricum begint het eveneens dezen weg op te gaan. Daarbij komt, dat vrij veel duin opgeofferd is geworden aan de bloembollen-cultuur en

137

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.