DE EILANDEN
Van het Marsdiep tot den Eem strekt zich in de Noordzee een reeks eilanden uit, sommige waarschijnlijk overblijfselen van het vaste land, dat eenmaal het meer Flevo scheidde van de zee: Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland, Schiermonnikoog en Rottum, benevens enkele kleine, meer droge zandplaten dan eilanden. Doch daarmede is Nederlands eilandenrijkdom niet uitgeput. De Zuiderzee had er vier: Wieringen, Marken, Urk en Schokland, en eigenlijk ook nog het Kampereiland; thans nog slechts Marken; en de mondingen van Rijn, Maas en Schelde vormen een groote eilanden-groep: Rozenburg, IJselmonde,Voorne en Putten, de Hoeksche Waard, het Dordt-sche Eiland, Goeree en Overflakkee, de Tien Gemeten, Schouwen en Duiveland, Tholen, St. Philipsland, Noord- en Zuid-Beveland (het laatste thans eigenlijk een schiereiland) en Walcheren (van hetwelk, verbonden als het is met Zuid-Beveland, het zelfde kan worden gezegd).
Van de Noordzee-eilanden is Texel het grootste en in velerlei opzichten het belangrijkste. Van Den Helder, over het Marsdiep gezien, doet zijn kust eenigszins denken aan die van Zuid-Engeland; het blanke, hier en daar groen gevlekte en gestreepte duin, geeft den indruk van de eveneens groenig-witte krijtrotsen, aan welke het land zijn naam Albion ontleent (albus = wit). Aardig en frisch zijn de dorpen, hoewel zonder veel merkwaardigs uit bouwkundig of historisch oogpunt. Het landschap is bijzonder afwisselend en zeer mooi zijn de duinen. Maar het bijzonderste is hier het rijke vogelleven, vooral in den broedtijd. Het wieken en zwieren der ontelbare groote en kleine zeevogels, de drukte op het strand en in de duinpannen, het is een tooneel van buitengewone bekoring en aantrekkelijkheid. Texel heeft polders en er is ook wat bosch; doch duin en strand, met hun fauna en flora, zijn hier het voornaamste.
Dit geldt eveneens van Vlieland. Het dorpje heeft niets, dat bijzondere vermelding vereischt. Maar het duingebied is prachtig. Planten vindt men er, die elders weinig voorkomen, ja een enkele, die bijna nergens dan daar in ons land gevonden wordt, behalve, doch dan waarschijnlijk van Vlieland overgebracht, op Terschelling (sommigen beweren, dat het juist omgekeerd is), namelijk een soort Veenbes (ook wel Lepeltjesheide genoemd), de Cranberry der Engelschen (Vaccinium macrocar-pon), die in Noord-Amerika thuis behoort en, naar de botanici
86