Het kleine land en zijn groote schoonheid

Titel
Het kleine land en zijn groote schoonheid

Jaar
1941

Druk
1941

Overig
1ed 1941

Pagina's
292



DE WATEREN

Een van de voornaamste elementen van de schoonheid van Nederland is ongetwijfeld het water. Het vertoont zich hier in velerlei gedaanten. In het Westen en het Noorden is de zee, de Noordzee, met haar diepen inham, die ver in het land doordringt, de Zuiderzee. Drie groote rivieren, De Rijn, de Maas en de Schelde, hebben hier haar benedenloopen en vormen een gemeenschappelijke delta, waar door tal van mondingen hare wateren vloeien in het zeebekken. Talrijk zijn de kleine rivieren en beken en niet minder groot in aantal de gegraven vaarten, ringvaarten om de polders en scheepvaart-kanalen. Groot in aantal zijn de watertjes, die men eigenlijk niet kan achten te behooren tot de beken en rivieren. Kleine natuurlijke meertjes treft men hier en daar aan, als het Uddelermeer en de Gerritsflesch op de Veluwe, het Zwanewater bij Huisduinen — elders vindt men grootere en zeer groote — op vele plaatsen strekken zich weidsche plassen uit, waar in het verleden het veen uitgebaggerd en tot turf verwerkt werd. En er zijn ook nog waterrijke moerassen en rietlanden, als de Peel en de Biesbosch, al zijn zij ook niet ongerept gebleven — om niet te gewagen van de tallooze waterloopen, waterpartijen, braken, tocht- en andere slooten en hoe verder allerlei andere waterformaties mogen heeten.

Zeer verschillend is de aanblik onzer rivieren; niet alleen verschillend van elkander, doch ook op verschillende punten van de rivier zelve. Hoe anders is, om een voorbeeld te noemen, de Maas bij Maastricht en de zelfde rivier vóór zij met de Waal in één bed samenvloeit. Te Maastricht stormt zij vrij hevig aan op de pijlers van de antieke brug; soms is er overvloed van water en dan trekt een felle stroom onder de bogen van het bruggevaarte; doch op andere tijden wordt men er herinnerd aan de zomersche beddingen van Italiaansche rivieren of van bergbeken, want dan vallen groote uitgestrekheden droog en kleine stroompjes bewegen zich traag tusschen de grindban-ken. Maar vóór Dordrecht is de Maas een rustige stroom geworden, die kalm ligt tusschen de zware dijken. Van Arnhem tot Rhenen vloeit de Rijn langs de fraai begroeide heuvelen van den Veluwezoom in het Noorden; doch ten Zuiden ligt het vlakke land van de Betuwe en voorbij Rhenen liggen vóór de dijken de vette uiterwaarden en daar achter de lage, vruchtbare landen. Zoo is het bijna overal langs de groote rivieren. Romantisch als de Duitsche Rijn zijn zij niet; bergen,

78

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.