Huizen, hier in nagevolgd wordende door veele geringen, welke hetzij met hun medegaande, of afzonderlijk, doorgaans des Zondags dezelvde Levenswijze volgen, doch welke dan zoms op die eene Dag verteeren, wat zij in eene geheele Week door zuure arbeid verkreegen hebben; want veele, den geheele Week van des morgens vroeg tot ’s avonds laat gewerkt hebbende, gaan dan in de kroegen zitten, om een slokje te drinken i en volgde die van de Middenstand dit maar niet te veel na). Deze besch< >u-wen den Zondag als eene Rustdag, op welke zij des morgens kunnen uitslapen, en dan des middags kunnen uitgaan.
Door deze van veelen zeer ongeregelde Levenswijzen, gepaard gaande met groote en veele kosten, zijn die hier vooren genoemde Deugden v an goede Trouw enz. veelal geweken. Bij veelen is de Zinspreuk „Geld is het Ware” — en dat niet om het op te leggen, maar om zijne Verteeringen goed te maken; van hier de veele Bankroeten enz. en de toeneemende Weelde, welke thans zeer hoog geklommen is, ofschoon onze voorvaderen egter niet vrij van dezelve waren, want bij een Plakaat van Keizer Karel in 1513, wierd het dragen van Gouden en Zilveren Lakens zelfs Hertogen, Graven en Prinsen uitdrukkelijk verboden; beneden de voorname Ambtenaren mogt niemand in fluweel satijn of cramoisij gekleed gaan, niemand mogt fluweelen tabbarden dragen dan die drie, nog satijnen of damasten dan die twee goeden Paarden onderhield; die een fluweelen of satijnen of damasten Pal trok droeg, moest ten minsten een paard onderhouden; Vrouwen en kinderen moesten zig naar den staat der Mannen en Vaderen schikken.
In het Jaar 1655 wierd eene Keure gemaakt tegen het houden van zeer kostbare maaltijden, en om geene zeer groote geschenken aan de Bruiden te mogen geven. Maar dit was maar bij enkelde, welke zig aan deze Weelde toe geven. De grootste menigte hield zig aan de oude eenvoudigheid, tot bij het begin der 18e Eeuw, toen Mevrouw Maintenon aan Lodewijk de 14e de listige raad gaf om in dit land de Fransche Mode in te voeren; van dien tijd nam de Weelde van hand over hand toe. En met de komst der Franschen in 1795 rees de weelde ten top, niettegenstaande de meer en meer afneemende Welvaart; ten blijke hiervan diend, dat in den Jare 1805, toen er wegens de ongunstige omstandigheden 165 Huizen wegens de agterstallen van den 12e Penning moesten verkogt worden, de Weduwe Muisi op de kermis op de Heerenmarkt verscheen met een Pc.f-fertjes-Kraam, verzien van drie Schuiframen, Stoelen met Goud ingelegd, extra fraaije spiegels en schilderijen en Lusters, Vorken, Lepels en Schenkborden van zilver; ter verlichting van dezelve diende eene Kristallij]ie
94