Kroon met 7 Armen; voor de glazen een Bloemenhekje met Engelsch Gewas en eene Kom met Goudvisschen. Dit wierd eerlang door meer diergelijke vervangen; zedert nam de weelde meer en meer toe, men was niet meer tevreden met winkels, neen, men maakte Magazijnen van dezelve even als in Londen en Parijs, welke, door zwaar Gaslicht verlicht, voor het oog eene zeer prachtige vertooning maken, maar hierdoor ook veele eenvoudiger winkels ten gronde helpen.
Ja, alles moet naar de Smaak zijn, Huizen, Winkels, Glazen en Deuren, groot en in het oogloopende. De Kleding der Winkeliers naar evenredigheid op Fransche of Engelsche Modes, de Koopwaren insgelijks; maar hoe prachtig van buiten ook zig voordoende, is in veele van dezelve niet anders dan klagen, wegens de hooge Huishuren, zware Belastingen, het kleine debiet en de zeer weinige winsten; egter schitterd alles van pracht en Weelde, schoon er egter zeer veele zoms zig zeer zober moeten behelpen in hunne Huishoudingen; dit doen veele gaarne, als men maar bot kan vieren aan zijne begeertens van prachtige Kleederen, lekker eeten, het drinken van morgenslokjes en het maken van groote vertee-ringen bij het uitgaan, zelfs door te rijden met Brommertjes ofVigilantjes; om dat nu alles vol te houden, dient Geld, en hierom denkt thans elk „als ik het maar heb” en bij het kleine gewin, en daar bij komende eigenwijsheid, neemt de norsheid en onvriendelijkheid bij alle rangen over hand toe, en vooral in de Namiddagen heerscht dit zeer sterk.”
De goede, maar wel ietwat zwartgallige Meijer had dus niet bijster veel bewondering voor zijn stadgenooten. Hij raakt niet uitgepraat over hunne ondeugden en tekortkomingen. Zoo verhaalt hij ons eerst een en ander van hunne alledaagsche vertredingen en ontspanningen:
Vermaken en Uitspanningen zijn er veele, egter minder dan in andere groote Steden, als Parijs, Londen enz. Onder de Algemeene zijn de Nieuwjaarsdag, wanneer een elk, van grooter tot geringere toe, gaat om elkander geluk te wenschen met den aanvang van het Jaar, deels om geschenken of giften te ontvangen. De Nachtwachts, Aschkarremannen enz. gaan dan langs de huizen om te wenschen en hunne gewoone Jaarlijksche giften te ontvangen; voorheen begon dit des morgens al zeer vroeg, maar zedert eenige Jaren eerst na twaalf Uren, om reden van de Godsdienst-oeffening, welke een Uur des morgens in een of twee kerken gehouden word; verder word dien dag in vrolijkheid met Schieten (doch hetwelk tegen het Verbod der Regeering is) ten einde gebragt.
De Vasten-Avond. In de tijden voor de Reformatie wierd die meer als in later tijden gevierd. In 1365 gingen de Priesters op dien avond met
95