Jaren, zonder de toestemming van Ouders of Voogden; ook mogten zij elkander niet nader bestaan dan zusterlingen. De Geboden wierden daar op van de Gereformeerden in de Oude, Nieuwe, Zuider en Wester Kerk, of van de andere Gezindheden van het Stadhuis Drie agtereen volgende Zondagen afgekondigd; binnen een Maand daar na moest het Huwelijk voltrokken worden. Te voren mogt dit voor Kommissarissen of voor Notaris en Getuigen geschieden, doch later niet dan door Schepenen of de Predikanten. Maar met de Omwenteling, welke in 1795 door de komst der Franschen veroorzaakt, wierd dit veranderd en er geen heerschende Kerk meer zijnde, moetten de Gereformeerden even als alle de andere op het Stadhuis trouwen.
In den Jare 1717 wierd vastgesteld, dat die met een Koets of ander Rijtuig tot het aanteekenen of trouwen kwam ƒ 100 aan het Aalmoezeniershuis zoude geven, doch in 1797 wierd dit verminderd op ƒ 25 en voor een slede ƒ 2, ook voor het ten aantekenen rijden, maar dan een koets ƒ 6. De Huwelijken der aanzienlijken geschieden veel al om het Geld, het welk de Jongeling of het Meisje heeft, en dan onder verband van eene Huwelijksche Voorwaarde, bij welke de som bepaald wordt, welke elk van hun ten Huwelijk brengt. Het Jonge Paar begeeft zig met Rijtuig, op Woensdag of Donderdag in stilte, zoms verzeld door hunne Famielie (daar de Vaders en Moeders, zoo die in het Leven zijn, en Vier getuigen er altijd bij moeten tegenwoordig zijn) naar het Stadhuis, om aldaar in stilte te trouwen, en van daar begeven zommige zich naar de Kerk, om aldaar door eenen Daartoe verzochte Predikant hun Huwelijk te doen inzegenen. Vandaar begeeft zich het Jonge Paar naar hun Huis, om aldaar te dineeren. Bij veele aanzienlijken is thans in gebruik gekomen, dat de Nieuwgehuwden zich dienzelfde dag op Reis begeven, hetzij naar ’s Gravenhage, Rotterdam, zoms zelfs naar Parijs en Brussel, zonder eenige festiveteiten.
De Huwelijken van den Middenstand, welke voor veele zeer bezwaarlijk worden, door de duurte en de zware belastingen en het verminderen der kostwinningen, en wegens de pracht der Vrouwen, worden dus voltrokken : het Jonge Paar, mede door hunne Ouders en getuigen vergezeld, begeven zig met een Slede, Brommer of te Voet naar het Stadhuis, alwaar zij getrouwd worden; van hier begeven veele zig met de Getuigen naar eenen daar bij zijnd Herberg, welke aldaar onder het drinken van eenige sterke Dranken bedankt worden; hierop begeeft zig het Paar naar de Kerk, dit geschiede voortijds op Zondags, maar thans des Woensdags om twee Uren, alwaar zij door de Predikant, wiens tourbeurt het is, kerkelijk
85