Amsterdam, die groote stad

Titel
Amsterdam, die groote stad

Jaar
1936

Druk
1936

Overig
1ed 1936

Pagina's
353



valle niet zijne concurrenten, onder bescherming van het stedelijke Bestuur, hem aan banden legden.”

Misschien was de Vroedschap bevreesd, dat de bovenbedoelde 4000 gezinnen hun bestaan zouden verliezen, maar het is ook niet onmogelijk, dat zij beducht was de inkomsten uit de waterhaalderij, ten bedrage van 8000 gulden 5s jaars, te zullen derven.

Aan dit alles kwam een einde, toen ongeveer in het midden van de 19de eeuw een Engelsche maatschappij voor behoorlijke watervoorziening ging zorgen, door grondwater uit het duingebied bij Haarlem te zuiveren en door pijpleidingen naar Amsterdam te voeren. Bij het einde der aan deze maatschappij verleende concessie, nam de gemeente zelf de watervoorziening in handen en gaf haar een zeer noodige uitbreiding. Het winge-bied in het duin werd aanzienlijk vergroot en is thans zeer uitgestrekt. Een Vechtwaterleiding, met een pompstation bij Weesp, werd aangelegd, die aanvankelijk slechts water leverde, niet voor drinken en spijsbereiding bestemd, doch dat later in de algemeene voorziening werd opgenomen. Toen een groot deel van Nieuwer-Amstel werd geannexeerd, kwam ook de waterleiding dezer gemeente, met winplaats op de Gooische heide bij Hilversum, een watertoren te Laren en een andere aan den Amsteldijk, in het bezit van Amsterdam. Zij werd later overgedaan aan het Provinciaal Waterleidingbedrijf. De watertoren te Laren was reeds onder het beheer van Nieuwer-Amstel afgebroken; dien aan den Amsteldijk trof eenige jaren geleden hetzelfde lot. De Provincie bouwde te Laren een nieuwen watertoren, monumentaal en met de bijbehoorende dienstgebouwen vormende een zeer karakteristiek en fraai in het landschap passend complex.

Vele jaren lang, reeds onder de oude waterleiding-maatschappij, doch aanvankelijk ook nog toen de watervoorziening in handen der gemeente was gekomen, heerschte er, bijzonderlijk des zomers, op de bovenhuizen watergebrek. Watervoorraad en druk waren onvoldoende. Dikwijls was er op de bovenste verdiepingen des daags in het geheel geen water en gewoonlijk had men boven geen water, als beneden de kraan open stond — welke toestand Herman Heijermans gelegenheid gaf tot het schrijven van een aardige scène in zijn Het gevende Gebod, het verhaal van Engel omtrent de ruzies met haar boven-buurvrouw. Aan dezen toestand werd een einde gemaakt door uitbreiding van het wingebied in het duin, diepe drainage, den bouw van groote waterreserve-kelders aan den Haarlemmerweg (de oude centrale van Electra) en andere maatregelen, alle welke zeer dringend noodig waren, omdat het waterverbruik gedurende de

73

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.