Behalve in hetgeen men „achterbuurten” noemde, was het uiterlijk aanzien der stad zindelijk en frisch. De gevels werden vaak geolied, deuren en kozijnen waren altijd goed in de verf. De glasruiten glommen, de gordijnen daarachter waren steeds keurig verzorgd. In vele van de oude huizen trokken de paarse vensterglazen de aandacht; zij gaven den gevel een bijzonder cachet; beweerd wordt, dat zulke glasruiten oorspronkelijk even kleurloos waren als andere, doch dat een van de bestanddeelen van het glas in onjuiste hoeveelheid was gebezigd bij de vervaardiging, ten gevolge waarvan, door de inwerking van het licht, een scheikundige verandering ontstond, die zich uitte in de fraaie paarse verkleuring.
De gevels werden vaak en zorgvuldig gereinigd, het uitwendige koperwerk werd in blinkenden toestand gehouden, de arduinen platte en hooge stoepen waren altijd zoo, dat, zooals het gezegde luidde, men er van kon eten. Daarbij zelfs liet men het niet. Ten minste een maal ’s weeks werden althans de kleine steentjes voor het huis, die deel uitmaakten van den openbaren weg, vaak zelfs het aansluitende stuk van den rijweg, duchtig geschrobd. In den ouden tijd geschiedde zulks met uit de gracht geput water, waartoe men in de deftige huizen achter de voordeur een puthaak met emmer had staan; want met het drinkwater moest men toen zuinig wezen. Later kwam de duinwaterleiding en werden aan de voorgevels kranen aangebracht, waaruit het water voor de straatschrobberij werd verkregen.
Wijkmeester Meijer deelt ons dienaangaande het volgende mede:
„Zindelijkheid. De Huizen, Kamers en Kelders, bij aanzienelijke en geringere worden zeer rein en zindelijk gehouden, het schoonmaken en schuren zijn dagelijksche bezigheden van veele Vrouwen en Dienstmaagden. Dit gaat mede over de kleeding, de aanzienlijken stuuren, zommige weekelijksch, wasmanden met vuile kleederen naar 5s Graveland, Haarlem en andere plaatzen om gereinigd te worden, en bij de Middenstand en geringeren ziet men veelal Maandag en Dinsdag eenen zeer groote wastobbe over de vloer, het welk dan door daartoe zijnde Bleekvrouwen aan de Schansen gebleekt wordt, ook over de Glazen Ramen gaat de zindelijkheid. Ja, soms ook wel wat ver, bij de meeste worden die eens in de week gewasschen, gelijk ook de Straten voor de Huizen, mede alle Vrijdag of Zaterdagen geveegd en geschrobt worden, zijnde dit nog volgens een zeer oud gebruik, want reeds in 1497 beval de Regeering, dat elk Jonck-wijf (Dienstmaagd) off dient behoort zijne Straat alle Zaturdagen en alle heilige avondts, zal hebben schoon te maken. In 1700 wierdt dit nog eens vernieuwt. Ook worden dan meest Zaturdags de Goten voor de Huizen
67