Amsterdam, die groote stad

Titel
Amsterdam, die groote stad

Jaar
1936

Druk
1936

Overig
1ed 1936

Pagina's
353



stad en vestigt zich dus in de rustige straten van de nieuwe buitenwijken. Enz. enz. Maar aangenomen, dat de metamorphose van de oude woonbuurten tot city onvermijdelijk is, dan kan dit toch geschieden met eerbied voor hetgeen vroegere geslachten ons hebben nagelaten. Wij gebruiken niet langer kaarsenluchters, linnenpersen, doofpotten, beddewarmers, kandelaars, glazenspuiten en schuimspanen; wij eten niet van Delftsche borden en met apostel-lepels; wij loopen niet met helmen op, degens op zijde en hellebaarden in de hand. Maar wij verwaarloozen daarom deze voorwerpen niet. Integendeel: wij onderhouden en koesteren ze, versieren er onze woningen mede. In dezen geest kan men toch ook handelen, zoo behoort men toch te handelen met de prachtige oude huizen, met de onvergelijkelijke grachten van onze stad.

Daar zijn te Genua twee straten, de Via Balbi en de Via Garibaldi, waar de palazzi staan van de Doria’s, de Pallavicini’s en andere Genueesche grands seigneurs uit een ver verleden. Op wellicht een enkele uitzondering na heeft hun hetzelfde lot getroffen, dat het deel van de meeste onzer patriciërshuizen is geworden: zij zijn thans kantoorgebouwen. Maar uitwendig zien zij er uit zooals zij er hebben uitgezien toen daar nog de adellijke families verblijf hielden. Men heeft ze niet behangen met grove aankondigings-borden, ten hoogste heeft men hier en daar een niet in het oog vallende bronzen plaat naast den ingang bevestigd; en des avonds is er geen tentoonstelling van kantoorkamers en banalen lampenrommel.

Wat daar kan, is hier niet onmogelijk. Wat niet hopeloos vernield is, doch grootendeels nog in den ouden toestand verkeert, moet met eerbied en piëteit worden behandeld, opdat niet alleen de schoonheid van elk huis, doch het karakter van belangrijke grachten en straten, van de stad zelve, gehandhaafd blijve.

Terwijl ik dezen klaag- en vloekzang schrijf, wordt in het Historisch Museum der stad, in de St. Anthoniespoort, een tentoonstelling gehouden van waterverf-teekeningen van Reynier Vinkeles, gezichten van de stad, zooals zij was ten tijde van den overgang van de 18de naar de 19de eeuw. Vinkeles was geen „visionnair”, hij zag de stad niet a travers (Pun tempérament, doch zooals zij was; en hij beeldde haar in fijne aquarellen, nauwkeurig, zorgvuldig gedetailleerd, natuurgetrouw en tevens zoo, dat elk beeld een kunstwerkje is. Zij waren mij niet onbekend, maar omdat ik doende was te schrijven over de gedaante-verwisselingen, die de stad heeft ondergaan, ging ik de verzameling toch weer eens bezichtigen. Wat ik zag? Laat Adama van Scheltema antwoorden:


325

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.