Amsterdam, die groote stad

Titel
Amsterdam, die groote stad

Jaar
1936

Druk
1936

Overig
1ed 1936

Pagina's
353



Zeer talrijk zijn de verbouwingen van oude perceelen tot moderne winkelhuizen geweest: slechts zelden is daaruit architectonisch iets behaaglijks voortgekomen; in den regel was de onderbouw geheel incongruent aan den bovenbouw. Dan werden meer en meer huizen afgebroken en door nieuwe vervangen, gebouwd in den nuchteren, grauwen stijl van die periode. Zelfs als een nieuw huis op zichzelf niet onaangenaam aandoet, dan voegt het toch gewoonlijk zeer kwalijk in het stadsbeeld van Amsterdam, dat toch een eigenaardig karakter heeft.

Nog meer bedenkelijken invloed op Amsterdams schoon hadden de vele dempingen, die tusschen 1870 en 1900 werden tot stand gebracht, lang niet alle door de noodzakelijkheid geboden. Het verkeer, dat zich bij de uitbreiding der stad meer en meer als een factor van beteekenis deed gelden, begon zijn eischen te stellen, waaraan men het best meende te voldoen door zooveel mogelijk grachten te dempen. Er bestond in die dagen een zekere ontembare woede om grachten te dempen; zoowel het gemeentebestuur als de burgerij beschouwden destijds het dempen van grachten als een voor de stad nuttig en daardoor goed werk; met een zekere optimistische en gemoedelijke ingenomenheid werd daartoe steeds het besluit genomen. Daarbij zag men geheel voorbij, hoeveel stadsschoon daarbij telkens verloren ging. Steeds werd vergeten, dat een gedempte gracht altijd karakterloos is en blijft, omdat zij noch een gracht noch een straat is... Wij zijn dan in den nieuwen uitleg, dien Amsterdam na 1870 heeft ondergaan... Wij wezen er vroeger op, dat deze uitleg geheel ste.sel-loos plaats had en dat hier zeer grove fouten van stadsaanleg zijn gemaakt, die later alleen met zeer zware onkosten weer kunnen worden hersteld... Men bouwde er maar op los zoo goed en zoo kwaad als het ging en dat was natuurlijk gewoonlijk nogal kwaad.”

Brugmans geeft slechts een schetsmatig en onvolledig beeld van het aangerichte onheil. Een halve eeuw vóór 1870 was het kwaad reeds begonnen, door de reeds gememoreerde afbraak van torens en poorten. Vele hooge bruggen, die een zoo treffend element van de schoonheid der grachten zijn, werden verlaagd, ter wille van het verkeer, soit, maar hoe! Van prachtige grachten werden ellendige straten gemaakt — zie de Spuistraat. De Dam werd hopeloos verknoeid. Het Damrak werd finaal bedorven. De uitbreiding van het Vondelpark door middel van het ontworpen aangrenzende Willemspark werd niet doorgezet; er kwamen huizen, huizen, huizen. De Amsteloevers, die Sarphati in zijn uitbreidingsplan als parkaanleg had gedacht, werden door miserabelen Pijp-bouw van alle schoonheid beroofd.


322

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.