De ongangbare, alleen in naam bestaande:
Reaal . . Stoter. . . Braspenning
Blank
In 1828 in Januarij wierden al de Duiten in Amsterdam ingewisseld, tot n
men kopere Centen gemunt had. Ook wierden alle de Schellingen <n Zesthalven maarvoorvijf stuivers gangbaar verklaard. Men muntte nieuwe Centen met het Wapen der Nederlanden, 1 Ct aan de eene zijde en aan de andere zijde een W met een kroon daar boven. Op dezelve wijs wierden ook Dubbeltjes en Vijf- en Tienstuiversstukken gemunt; dushad men oude en nieuwe Vijfstuiversstukken.
Ook werden gouden stukken gemunt ter waarde van 10 en 5 Gids., met het Wapen der Nederlanden en het omschrift Koningrijk der Nederlanden en aan de andere zijde met des Konings beeldtenis en daar om Willem de iste Koning der Nederlanden, met het jaartal, rondom in de rand is ingeschroeft (!) „God zij met ons.” Op dezelvde wijze wierden ook Drieguldens en Guldens gemunt. Men zoude ook alle de oude munten inwisselen en door nieuwe doen vervangen, maar tot in dit jaar 1841 is hiervan nog niets gekomen.”
In schrijvers jeugd waren er veel Belgische koperen stukken van tw je centiemen in omloop; men noemde ze Brabantsche centen; het we d reeds lang geleden verboden ze te gebruiken.
Van de sedert ongeveer zeventig jaren gangbare munten zijn in den loop der tijden buiten gebruik gesteld of gekomen: de halve gulden, het zilveren stuivertje en de halve cent. Nieuw ingevoerde munten zijn: de halve stuiver (oude Amsterdammers zeggen nog wel: vierduitsstuk) en de vierkante nikkelen stuivers. Verdwenen zijn ook de bankbilletten van 60, 40 en 300 gulden; het muntbillet (muntje) van 10 gulden is bankbillet geworden. Kort vóór den wereldoorlog werden opnieuw gouden vijfgulden-stukken gemunt; zij waren slechts korten tijd in omloop.
Gedurende den wereldoorlog werden, om te voorzien in de behoefte aan teekenmunt, zilverbons, ter waarde van ƒ2.50 en ƒ1, uitgegeven. Te voren hadden verschillende gemeenten, ook Amsterdam, papieren noodgeld uitgegeven, dat uiteraard slechts binnen deze gemeenten geldig was en ingetrokken werd toen de rijks-zilverbons verschenen.
320