bruik van Koffij en Thee en Wijn verminderde het bierdrinken zeer sterk en thans zijn er nog maar zes Brouwerijen in deze Stad, als:
1. De Hooiberg, op de N.Z. Achterburgwal bij de Molsteeg.
2. De Haan, op de Gelderschekade hoek van Boomsloot.
3. Het Rood Hart, op de Prinsengracht over de Lauriergracht.
4. De Dubbelde Sleutel, op de Prinsengracht over de Looijersgracht
5. Het Lam, op de Roozengracht.
6. De Gekroonde Valk, op de Hoogte van de Kadijk.
De brouwers halen met hunne eigen waterschuiten het water, voor iiun benodigd, uit de rivier de Vecht.”
Van deze zes brouwerijen bestaat thans nog slechts De Gekroonde Valk In schrijvers jeugd bestond ook nog De Haan; zij heette toen De Haan en Sleutels, wellicht na vereeniging met de brouwerij De Dubbelde Sleutel. Vijftig jaren geleden haalde zij nog altijd haar water uit de Vecht; de schuiten lagen aan de Gelderschekade; vandaar werd het water naar de brouwerij gepompt. Zij werd later verplaatst naar de Nieuwe Achtergracht bij de Roetersstraat en eenige jaren daarna opgeheven.
Intusschen werden nog gevestigd de Koninklijke Nederlandsche Bierbrouwerij en de Deli-brouwerij, beide aan de Weesperzijde. Ook zij zijn verdwenen. Behalve De Gekroonde Valk bezit Amsterdam thans nog twee brouweriien: De Amstel, Mauritskade, en Heineken, Stadhouderskade.
Aan „Koffij en Thee” wijdt Meijer slechts deze regels:
„Deze zijn de geliefkoosde dranken beide van mannen en vrouwen. Dezelve worden in het algemeen drie a vier malen daags gedronken en dan niet heel sterk. De eerste wordt zeer veel vermengd met chicorey en koffij-siroop (gebrande).”
Maar wel vertelt hij ons, dat in zijn tijd zeer populair was het lied:
LOF DER KOFFIJ — VROUWENLIED
Laat ieder zingen naar zijn zin Den lof van Bier of Wijn en Min,
Wij willen ’t niet misprijzen.
Doch zijn op onze beurt bereid Den Nectar der Gezelligheid In waarde te doen rijzen.
Ja, gij, o edel koffijnat,
Gij zijt het, die ’t genot bevat,
Waarnaar zoo veele haken.
310