maar in de week 31J2 pond Tarwenbrood gegeten hebben; dit is zeer weinig bij andere landen; maar de plaats van brood wordt in deze Stad veel vervangen door Aardappelen, welke veels des middags en ’s avonds gegeten worden, zoowel bij geringe als aanzienlijke, dienende het Brood meest tot morgen-ontbijt of ten 11 uren ’s morgens bij de Koffij. Tweederley soort van brood word hier het meest gebruikt en gebakken, als van tarwe en rogge.
Dat van tarwe gebakken is het beste; in verschillende gedaanten word hetzelve gevormd, als in het zoogenaamd Langbrood, Masteluin en huisbakken brood en Bollen (grove en fijne), Krentekoekjes, Galatjes en Vier-duitsbroodjes. Sedert eenige jaren zijn de laatste geheel in de smaak gekomen en worden in een groot aantal des morgens bij het zoogenaamd Elfuurtje gebruikt, bij begravenissen (doch voorheen meer als nu) gebruikt men ook geraspte broodjes, van welke de bovenkorst afgeraspt is. Het roggenbrood word hier doorgaans zeer slegt en ongezond gebakken, veroorzaakt zeker door de keure, dat het niet te ligt mag zijn; hierom word het niet doorbakken, maar met veel water aangemengd, alzoo dat uit 4100 pond meel 5370 pond roggenbrood gebakken wordt. Ook wordt het meest met zemelen vermengd. Van buiten wordt de korst zeer hard gebakken, maar van binnen is het meest een ongebakken meelklomp. Het deeg hiertoe wierd lange tijden met de voeten getrapt, doch zedert de uitvindingen van Stoom- en andere Werktuigen behoefd dit geen meer en men heeft dus nu ook Machinaal Roggenbrood, zonder voettrappen bewerkt.”
De Wijkmeester, die zoo uitvoerig alle baksels behandelt, maakt geen melding van het Joodsche paaschbrood, de matze (een Hebreeuwsch bijvoegelijk naamwoord, dat ongedeesemd, ongerezen beteekent). De vervaardiging was een niet onbelangrijk bedrijf, dat van December tot vlak voor het Paaschfeest werd uitgeoefend. Christenen kochten nooit matzes. Maar het was de gewoonte, dat Joden hunnen Christenvrienden en bekenden op het Paaschfeest een stapeltje matzes, vergezeld van paaschkoekjes, netjes in servetten gewikkeld, ten geschenke gaven. Thans gaat de matzesbakkerij het geheele jaar voort en het product, vooral de kleine soort, die crackers worden genoemd, wordt algemeen als lekkernij genuttigd.
Nu komt de zuivel aan de beurt. Meijer zegt hiervan het volgende: „Veel wordt dezelve gebruikt, door aanzienlijken en geringen in deze Stad, bij de eerste veelal Leidsche en Delftsche boter en bij de anderen meest Vriesche, Overijsselsche (of zoogenaamde Meppeler Kluiten) en Groninger boter, gelijk deze ook meest gebruik maken, wegens de goed-
306