levensonderhoud, zooals zij in 1840, dus ongeveer een eeuw geleden, waren. Volgens de „algemeene broodzetting”, d.i. de broodprijs, van overheidswege voorgeschreven, gold voor brood in 1840 het volgende tarief:
Fijn wittenbrood, het Ned. pond...........32V2 cents.
Gebuild of klein tarwenbrood, 40 lood Ned.......13 cents.
Gebuild masteluin „ 60 „ „......20 cents.
Grof bollenbrood, het Ned. pond........22 cents.
Ongebuild tarwenbrood, „ „ „ ........24 cents.
Ongebuild masteluin, van 75 lood...........18 cents.
Roggebrood, het Ned. pond.............10 cents.
De vleeschprijzen, betaald in de Hal op de Botermarkt op 28 Decem
ber 1838, waren:
Rundvleesch, het Nederl. pond...........40 a 50 cents.
Kalfsvleesch, „ „ „ 70 a 80 cents.
Lamsvleesch „ „ „ 30 a 35 cents.
Coteletten „ „ „ 40 cents.
Wat de boter betreft, vermeldt Meijer slechts de prijzen in den groothandel, namelijk per „vierendeel” van 80 pond. Hij vermeldt dan, dat Delft-sche boter betaald werd met ƒ 50, Leidsche en Vriesche met ƒ 45, Over-ijsselsche met ƒ 41 het vierendeel. Hetgeen beteekent, dat een pond boter ongeveer ƒ 0.55 kostte, in den groothandel. Waaruit volgt, dat het pondje boter ten bedrage van een stooter, of legendarisch is, öf verkrijgbaar was vele eeuwen geleden.
Ook de groothandels-prijzen van kaas deelt de Wijkmeester mede. Zij waren, per 100 pond, als volgt: Edammer ƒ23, Stolksche ƒ20, Leidsche ƒ 19.
Indien men nu in aanmerking neemt, dat de arbeidsloonen en de salarissen van ambtenaren, onderwijzers enz. zeer laag waren, van vier tot tien gulden ’s weeks, dan komt men tot de conclusie, dat die oude tijd voor de groote meerderheid des volks toch niet zóó goed is geweest, als het lied het doet voorkomen.
Omtrent de voeding van de Amsterdammers licht de Wijkmeester ons uitvoerig in. Hij begint met het geven van statistieken betreffende den invoer van granen in de stad en zegt dan:
„Hieruit blijkt, dat het gebruik van Tarwe veel verminderd is, tot een teeken van verarming of vermindering, daar er in tegenspoed meer Roggebrood gegeten wordt. Doch er moet in dien tijd veel Tarwe en Rogge gesmokkeld zijn, want volgens voorgaande reekening zoude elk inwoner
20 305