De bakkers vertoonden veelal een krakeling van groot formaat en vele zui-vel-handelaars stelden op hunne stoepen een pyramide van houten kazen op. Bij de tabaksverkoopers kwam de rookende Moor, of ander uitheemsch individu, veel voor, doch zelden ontbrak bij hen de bundel gesponnen tabak als kenteeken hunner nering. De meeste herbergen hadden aan eiken deurpost een vaatje, waarop de woorden Vrij Wijn. Zoodra in het voorjaar de eerste nieuwe haring was aangekomen, hingen de vischhandelaars een kroon uit, versierd met vlaggetjes en kleurige linten en een haring als middelpunt — een vroolijk en genoegelijk embleem, dat men hier en daar nog wel tegenkomt.
Ook in onzen tijd heeft een enkel beroep nog wel een algemeen herken-ningsteeken, met name dat des barbiers. Het is een in schuinen stand aan den gevel bevestigden, langen, met vele kleuren beschilderden cylinder. Het is echter niet van Nederlandschen oorsprong, doch een nabootsing van de Engelsche barbefs pole.
Aan uithang- en soortgelijke teekens ontbreekt het echter in het heden-daagsche Amsterdam geenszins. Zij hebben echter weinig gemeen met het oude, gemoedelijke en vaak artistiek uitgevoerde uithangbord. Gewoonlijk hangen zij zelfs niet, doch staan boven op de daken of kleven aan de gevels. In vele gevallen hebben zij geen betrekking op het bedrijf, uitgeoefend in het gebouw, waarop of waaraan zij bevestigd zijn, doch dienen tot aanbeveling van een cigaret, van een dagblad, een zeep, of eenigerlei ander object. Zulke installaties voor licht-reclame, gewoonlijk boven op hooge huizen en op de meest in het oog vallende punten, zijn des daags alles behalve verfraaiingen van het stadsbeeld en in vele gevallen bederven zij des avonds de stemming van stille grachten en rustige straten. De binnenstad vooral is na zonsondergang een wildernis van licht. Aan alle kanten de beschilderde lichtbakken aan huizen, verlichtings- en tram-draadpalen; de roode, gele en groene straling van letters en figuren uit neonbuizen vervaardigd; de hevig irriteerende licht-reclames, die tien seconden stralen, dan geleidelijk of plotseling uitdooven, om na vijf seconden eveneens hetzij in één slag of bij beetjes weer te ontbranden; de licht-massa’s aan de gevels der talrijke bioscopen — het is al met al een lichtpandemonium, van welke enerveerende invloeden uitgaan.
Nu en dan verschijnt bovendien een vliegmachine boven de stad, die het uitspansel bekloddert met reclame in reusachtige rook-letters en er is zelfs reeds een schip gekomen, dat met een soort tooverlantaren reclames projecteert op de avondwolken.
Zoo wordt het oor gekwetst door de helsche geluiden-massa, het oog be-
303