in „den goeden ouden tijd” toch niet zoo bijster goed moet zijn geweest — vooral indien men er om denkt, dat er onder de gemartelden, de afgrijselijk verminkten en op vreeselijke wijze ter dood gebrachten zeer vele vrouwen waren, wier misdaad in „hekserij” bestond.
Proeflokalen. Elders in dit boek wordt een en ander gezegd betreffende de koffiehuizen, bars en soortgelijke inrichtingen. Deze bars (quasi Engelsch, want in Engeland noemt men zooiets een public house en wordt bar slechts gebruikt in verbinding met een ander woord: luncheon bar, oyster bar enz.) waren de voortzetting van de proeflokalen, hetgeen men zou kunnen definieeren als: nette kroegen. Maar er waren toch wel eenige zeer oude instellingen van deze soort, die wegens hunne antiquiteit en bijzondere associatie een korte bespreking verdienen.
Een voornaam product van de Nederlandsche nijverheid is sterke drank van allerlei slag, o.a. likeuren. Vooral Amsterdam blonk uit — en doet dit nog — in de vervaardiging van deze vloeibare lekkernijen, van welke sommige zeer eigenaardige namen droegen, als: Juffertje in ’t Groen, Gulden-water, Bruidstranen, Hemdje-licht-op, Persico, Crème de Rose, Crème de Vanille, en verder de thans nog algemeen bekende Curaçao, Anisette, Crème de Men the enz. Van de stokerijen, die de grootste bekendheid genoten, welker producten het hoogst in aanzien stonden en die nu nog bestaan, moeten genoemd worden: Lucas Bols (’t Lootsje), Wynand Fockink en De Drie Fleschjes — en van deze drie komen de proeflokalen van de beide laatstgenoemde zeker in aanmerking om te worden gerangschikt onder de merkwaardigheden van Amsterdam.
Het proeflokaal van Wijnand Fockink is in de Pijlsteeg. Het was en is nog gemakkelijk te bereiken door een korte passage, gemaakt toen de Halsteeg verbreed en Damstraat werd, doch thans eenigszins veranderd. De Drie Fleschjes vindt men in de Gravenstraat. Het zijn ouderwetsche inrichtingen, de eerste met ietwat deftiger cachet dan de laatste. Men staat er voor de toonbank, waarop de bestelde drank wordt neergezet in glaasjes van ouden vorm, zoo boordevol geschonken, dat opnemen zonder morsen onmogelijk is, zoodat gebruikelijk is een slokje te nemen uit het op de toonbank staande glaasje, hetwelk men eerst daarna ter hand kan nemen. Men gaat er niet heen voor tijdverdrijf, doch uitsluitend om er de gerenommeerde dranken staande te genieten.
Vermelding verdienen ook nog de bodega's, die in de jaren ’80 hier hunne opwachting kwamen maken. Het woord is Spaansch en beteekent: kelder, wijnkelder. Onze bodega’s waren echter geenszins kelders, doch vrij ruime
299