of op de Galey te Rotterdam, of in de kolonie te Surinamen, om aldaar te werken,
om op ’sKonings Galeyen voor 6, 10, 20, 25 of 50 jaren geplaatst te worden,
om met een ijzeren halsband aan den hals aan Stadswerken gebracht te worden.
De straffen welke publiek geschieden waren:
Te Pronk staan op het Schavot met het Werkstuk daar het feit mede bedreven was, als:
Met Truifspellen over Valsch Spelen en Dobbelen;
Met de houte huik, zijnde in de gedaante van een klok, groter dan een Manshoofd, men bedekte daarmede het gehele Ligchaam buiten het hoofd (om overspel);
Met een Roden lap Laken op de Mouw, over lakendieverij;
Met een Muts als een Doctor op het hoofd, en boeken om den hals (over het schrijven van verboden boeken);
Met twee Spinrokken om den hals, om het trouwen van 2 vrouwen;
Met een valsche Certificate om den hals, om het maken van dezelve.
Met een Bierton, over Sluikerij.
Met een Pop in den Arm, over het niet bezorgen van eene vondeling.
Met een Armbus, over gestolen Armgeld;
Met een Korenzak
Met een Bos Garden : over dieverijen.
Met een stuk Vleesch )
Met een Koord om de Hals op de Ladder aan de Galg, over veele Diefstallen ;
Met het Zwaard over het Hoofd.
Bij het niet bekennen der Misdaden gebruikte men de Pijnbank, waarop de Armen en Voeten tusschen Schroeven gezet werden, of, aan een koord gehangen tusschen Hemel en Aarde, met gewigten aan de Voeten, vergezeld van eenen strenge geesseling met Roeden of Garden.
De Lijfstraffen waren:
Geesselen: Binnenskamers op het Stadhuis, voor de kerken, op de Binnenplaats van de Boeyen, in de scholen, in het Rasphuis, in de Beyert in het Gasthuis, in het Spinhuis, in het Weeshuis.
Op het Schavot onder de Galg, en
Brandmerken, met een gloeiend ijzer op den schouder, of door het Verminken der Ledematen of Zintuigen, als het afsnijden van Een of Twee Ooren, of het Oor aan de Galg te Nagelen.
297