het geloot m de wonderbaarlijke eigenschappen van deze melk verdwenen, of wordt de vloeistof niet meer rechtstreeks uit de bron verkocht. Hoe dit zij, de kudden zijn uit Amsterdams straten verdwenen.
De wrekende gerechtigheid. Vele eeuwen lang bezat Amsterdam zijn eigen rechtspraak. Er is ons een schoone getuigenis van gebleven: de prachtige Vierschaar in het voormalig Stadhuis op den Dam. Het strafrecht was in die oude tijden niet voor de poes; de opgelegde straffen waren streng en in vele gevallen ongeloofelijk wreed.
Wijkmeester Meijer deelt mede, dat er in 1841 in onze stad slechts een gevangenis was, namelijk het Rasphuis, op den Heiligenweg. Een paar jaren later werd het anders. In 1843 werd namelijk de cellulaire gevangenis, thans Huis van Bewaring, aan de Weteringschans, gebouwd, op de plaats van het voormalig Schinkelbolwerk; daar had ook de Roode Molen gestaan, met een groep huisjes er om heen, alles met elkander het Roode Dorp geheeten, welke naam op de gevangenis is overgegaan. Ongeveer een halve eeuw later werd op den Amstelveenscheweg een tweede gevangenis gebouwd. Het Rasphuis op den Heiligenweg was inmiddels buiten gebruik gesteld.
De Rechtbank en het Gerechtshof, met hunne parketten en grifïiën, zijn gehuisvest in het Paleis van Justitie op de Prinsengracht. Het gebouw was aanvankelijk Aalmoezeniershuis. In 1836 ontving het, na aanzienlijke verbouwing, zijn tegenwoordige bestemming. Het werd later nogmaals inwendig verbouwd; gedurende den daarvoor noodigen tijd zetelde het Gerechtshof in een fraai heerenhuis opdeHeerengrachtbijdeLeidschestraat. De Kantongerechten zijn gevestigd in een annexe van „het Rooje Dorp”. In schrijvers jeugd bestond er in den burgerstand groote belangstelling voor hetgeen er op justitieel gebied geschiedde, vooral op het strafrechtelijke. Er bestonden toen twee bladen, het Politienieuws (een navolging van het veel oudere Londensche Police JSfews), dat omtrent gepleegde misdrijven en de bemoeiingen van de politie daarmede uitvoerige berichten gaf, en Het Paleis van Justitie, dat geheel gevuld was met verslagen van recente terechtzittingen. Beide bladen waren zeer in trek en hadden talrijke abon-né’s. Het kan zijn, dat de belangstelling voor deze dingen verminderde, of dat de dagbladen in grootere mate dan voorheen de terechtzittingen gingen „verslaan” — in elk geval hebben beide bladen reeds lang geleden opgehouden te bestaan. Thans zijn het vooral de verslagen van hetgeen voor den politie-rechter geschiedt, waarbij het tragi-komische element zelden ontbreekt, die de belangstelling der dagbladlezers trekken.
295