daartoe, maar in 1815 gaf de Koning daar weder vrijheid toe en het bleef zedert standhouden. Tot begraafplaatsen dienen dan nog al de kerken, behalven den Amstel, de beide der Lutherschen, en vijf kerkhoven in de Stad, als: het St. Anthonies, het Leidsche, het Wester, het Karthuizer en het Noorder Kerkhoff. Buiten de stad te Muiderberg en aan Diemen, en in de stad ook nog een aan het Funie, behalve die voor de Jooden te Muiderberg en aan Zeeburg.
Veele worden ook op het Kerkhof te Sloterdijk begraven en nergens vind men zoo veele opschriften op de Graven als daar, waar onder deze twee opmerking verdienen:
„Gij die dit leest op deze zerk gaat in uw leven veel te kerk Maar als gij dood zijt blijft eruit Gelijk hij die dit graf besluit.”
en het tweede:
„Hier liggen een paar lijken Die niemand mag bekijken Al na ’t gemaakt verdrag Als op den Jongsten Dag.””
Opgemerkt zij, datMeijer wel gewag maakt van de Nederlandsch-Israëlie-tische begraafplaatsen te Zeeburg en Muiderberg, doch niet van die dor Portugeesch-Israëlieten te Ouderkerk aan den Amstel. Ook laat hij onvermeld de Joodsche begraafplaats te Overveen, die echter zelden wordt gebruikt.
Arbeid op straat. Tot de eigenaardigheden van ons volksleven behoorde voorheen het verrichten van arbeid, het uitoefenen van ambachten aan den openbaren weg.
Er zullen nog wel wandelaars, en zeker fietsers zijn, die zich herinneren, dat er een lijnbaan was langs den Loodijk, d.i. de weg Weesp-’s Graveland, het gedeelte tusschen het fort Uitermeer en de Ankeveensche brug. Bij den aanleg van den nieuwen provincialen weg, die hetzelfde tracé volgt, is aan dit oude en interessante bedrijf een einde gemaakt.
Zooals daar langs den weg het ambacht des touwslagers werd uitgeoefend, zoo werden ook in de stad velerlei werkzaamheden op of aan de straat verricht. De eertijds vrij talrijke, thans zeldzaam geworden schoenpoetsers kunnen buiten bespreking blijven, want hetgeen zij verrichten, kan be
286