Amsterdam, die groote stad

Titel
Amsterdam, die groote stad

Jaar
1936

Druk
1936

Overig
1ed 1936

Pagina's
353



ven worden, volgt een elk, zonder of met een Mantel, meestal Leden van Collegien zijnde, de Lijkstatie tot aan de Muiderstraat, alwaar een wagen gereed staat, in het welk de kist gezet zijnde; noch een wagen met de nablijvende volgt, welke zig dus naar Muiderberg of Zeeburg begeeft naar hunne Kerkhoven, aldaar zijnde. Voor de geringere gaat voor het lijk een Man met een Bus vooruit, om Giften in te zamelen ter goedmaking der kosten. De Mannen tot teeken van Rouw laten hunne Baarden groeien, en door hun worden zeven treurdagen gevierd.

Na de begraving blijven in de Winkelhuizen de Luiken halfgeslooten, gelijk ook in de Huizen der Famielie, en men neemt een zware Rouw aan, gaande Mannen en Vrouwen geheel in het zwart gedurende i1/4 jaar en verdere in de Famielie een halfjaar; men verligte deze Rouw, door gekleurde klederen daar bij te voegen, of slegts een Rouwband om de Hoed te dragen, maar dit is veelal in onbruik gekomen, daar nu slegts door de aldernaaste Famielie van den Overledene Rouw gedragen word of somtijds maar door een Man of Vrouw, wordende dit thans in de Couranten bij de Kennisgeeving van het overlijden, dus bekend gemaakt: „Op uitdrukkelijke begeerte van den Overledene zal er geen Rouw aangenomen worden,” dan behoeft men dus geen Rouw te dragen of zijn huis te sluiten. Of dit bij veele uit onverschilligheid, een geest des tijds of ter vermijding van kosten voorkomt, houden wij gaarne voor onbeslist.

De onbekende Drenkelingen en de geheele Armen worden of door twee Doodgravers op een Baar of door de Gasthuiswagen gehaald; de eerste worden in de gemeene Kuil op het Kerkhoff gezet, en de anderen worden uit het Gasthuis met een schuit voorheen naar het Pestkerkhoff, maar thans op het Kerkhoff aan het Funie begraven.

Bij de begraving van kinderen der aanzienelijken en middelstand worden dezelve voorheen meer dan thans in een Rouwslede gezet, voorgegaan door twee of drie Aansprekers, terwijl twee jonge Lieden met Witte Handschoenen en lange neerhangende Dassen, aan beide zijden van de slede het kleed vasthouden, en hetzelve op een Baar naar het graf dragen; maar veelal zet men thans de kist in eene gewone Toeslede, waarin dan een Aanspreker gaat zitten, welke de kist dan naar het graf draagt. Voortijds had men veel op met een draagbaar kind, het welk dan door een Drager onder een met Strikken benaaid Kleedje gedragen, hebbende de Drager een zeer groote versierde Strik in zijne mond; maar thans geschied het veel door een Aanspreker of Drager onder eene Rouwmantel.

Veel is er geschreven, zelfs door vermaarde Mannen, over het begraven in de kerken te doen ophouden. In 1812 kwam door den Prefekt het bevel



285

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.