Amsterdam, die groote stad

Titel
Amsterdam, die groote stad

Jaar
1936

Druk
1936

Overig
1ed 1936

Pagina's
353



schroeven stelt. Het staat op één lijn met het in schrijvers jeugd zeer alge-meene^geloof, dat vlooien ontstaan, als men turfmolm en urine samenvoegt.

Meijer’s opmerking, dat esschen en wilgen langs de grachten stonden, kan juist?geweest zijn in ’s mans dagen, doch schrijver dezes, die Amsterdam toch bijna zeventig jaren kent, heeft deze boomen nooit op een gracht gezien. Wilgen komen hier en daar in parken en plantsoenen voor. Een paar esschen staan in het Wertheimpark, doch het zal moeilijk zijn dezen 1 >oom elders in de stad te vinden.

Curieus is het overigens, dat de Wijkmeester een heele lijst van vogels mededeelt, die te Amsterdam voorkomen, doch de roeken, die er in groote kolonies zijn, onvermeld laat. Dat hij geen gewag maakt van spreeuwen, merels en houtduiven is niet verwonderlijk, want deze vogels werden ook in de jeugd van schrijver dezes nog niet in de stad gezien, evenmin trouwens als de meeuwen, die blijkbaar eerst betrekkelijk weinige jaren gel ed en hebben begrepen, dat zij des winters in de stad beter aan den kost kunnen komen dan aan de stranden van Noord- of Zuiderzee, of in de polders.

Er is dus geen gebrek aan natuurleven in de stad en vele harer burgers waardeeren het, door de vogels aan voedsel te helpen. Vooral in de volksbuurten geschiedt dit op groote schaal en des winters beijveren in het bijzonder de kantoormenschen op de grachten zich de meeuwen van het noodige te voorzien.

Wie nu dit alles gadeslaat en daarbij in verschillende straten, alsmede in plantsoenen en parken eenige aandacht wijdt aan hetgeen daar groei t en bloeit, zal ook in de stad, zij het in bescheiden mate, van de natuur, althans van sommige harer uitingsvormen, kunnen genieten. Wie niet slechts ziet, doch ook waarneemt, met belangstelling en liefde, zal bijna overal iets, soms veel, aantreffen, dat boeit en aandacht waard is.

Begraven. „Mijne vrienden, men zal ons allen begraven!” Zoo luidt de eerste regel van een opstel, dat Hildebrand in zijn onsterfelijke Camera Obscura aan dit onderwerp heeft gewijd. Geheel waar is het niet meer, want tegenwoordig worden velen verbrand, hetgeen ook wel verasschen of cremeeren wordt genoemd. Maar verreweg de meesten worden toch begraven en een eeuw geleden was er op den begraaf-regel hoegenaamd geen uitzondering. De teraardebestelling (men spreekt tegenwoordig wel van lijkbezorging) geschiedt steeds met plechtigheid en eerbied, dikwijls zelfs met weinig smaakvol vertoon. Maar in het verleden geschiedde het met oneindig meer omhaal en formaliteiten dan in onze dagen. Wijkmeester Meijer



276

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.