veele inwoonders gehouden worden, gelijk ook eene menigte van Kanarievogels, Leeuwrikken, Nagtegalen, Putters enz. Onder de kleine wilde soorten zijn Swaluwen en Musschen, in een groot aantal, zig bij de hoge gebouwen ophoudende.
De Insecten, en wel die fenijnig zijn, vind men er weinig, slegts bij oude huizen somtijds een of meer Haagdissen, dog geen Slangen of Adders, maar Padden en Slakken zijn er meerder, gelijk ook Kikkers, door de vochtigheid voorkomende. Ook zijn er veele Vliegen en Muggen en onder deze de Zwarte Vlieg, welke in het voorjaar bij noordelijke winden veel schade aan de vruchtbomen aanrigt; van hunne drek komen Rupsen, die de bladen der boomen af knagen.
Boven de soms verregaande zindelijkheid der inwoonders vindt men echter nog in veel huisgezinnen de Weeg- of Wandluis, welke doorgaans van het eene huis in het andere door mandenwerk enz. verplaatst wordt en niet geheel uitgeroeid schijnt te kunnen worden.
Binnen de Stad vindt men geen Visch, als bij kwaad water, wanneer dezelve zig in de grachten vertonen; dog rondom de Stad en in de Amstel is veel overvloed van visch, als Aal, Snoek, Karper, Vooren, Braasem, Zeelt, Baars, Bot en Paling. Deze mag met de hengel gevangen worden, dog om met netten te visschen, daartoe zijn de wateren verpacht.
Wat de voortbrengselen aangaat: boomen, als Iepen, Essen en Willigen vindt men op alle grachten der Stad en rondom dezelve, doch zij leveren geen genoegzame voorraad van brandbaar hout op. Rondom de Stad zijn eenige Boomkweekerijen.
Bloemen worden door veele inwoonders voor hunne glazen of in tuinen nog al aangekweekt, gelijk ook eenige weinige vruchtbomen.
Daar de grond laag en moerassig is, zoo zijn er weinig zaaylanden, doch meer grasland en hooiland, ’t welk aan veel rundvee voedsel verschaft. Deze zijn alle met dijken en walletjes omringt, welke dan Polders genoemd worden en in welke Watermolens staan, om het water uit te malen. Uit de weiden krijgt de Stad melk, eenige boter, gelijk ook eenige vet-gemesde beesten. Rondom de Stad zijn veele moestuinen aangelegd, dog deze leveren geen genoegzame voorraad voor de Stad op, moetende haar onderhoud van verre aangebracht worden. Het benoodigde word uit verre landen herwaarts gevoerd en door den handel is in de Stad alles te bekomen.”
Er valt uit deze mededeeling voor onze biologen nog iets te leeren, namelijk dat rupsen voortkomen uit den drek van „zwarte vliegen”, hetgeen al hetgeen wij aangaande de voortplanting van insecten weten op losse
275