Amsterdam, die groote stad

Titel
Amsterdam, die groote stad

Jaar
1936

Druk
1936

Overig
1ed 1936

Pagina's
353



jeugd zag men in de binnenstad zoo goed als uitsluitend musschen. Het zijn bijzonder aardige vogeltjes, die sinds lang geheel in het stadsleven zijn opgegaan, overal rondscharrelen waar iets voor hen valt te halen en zich om het verkeer hoegenaamd niet bekommeren. Maar zij hebben gezelschap gekregen. Tusschen de musschen bewegen zich niet weinig spreeuwen, die met hun drukke bewegelijkheid elk plekje, waar zij zich ophouden, verlevendigen. Men treft ze voornamelijk in en bij plantsoenen aan, waar soms bepaalde boomen hun tot nachtverblijf dienen; zulke boomen zijn gemakkelijk te herkennen, want zij zijn, door de vogel-uit-werpselen, van boven tot onder grijsachtig wit. In en bij de plantsoenen komen ook vrij veel merels voor. Op vele grachten, en ook elders vaar hooge boomen staan, nestelen en leven prachtige houtduiven, groote, ros-sig-grijs-weerschijnachtig glanzende vogels. In de tuinen, vooral die van de nieuwe buitenwijken, wordt wat men den vogelstand noemt hoe langer hoe grooter en rijker. Men vindt er koolmeezen en vinken in wat bijna overvloed zou mogen heeten, spreeuwen en merels, zelfs enkele lijsters, en sporadisch ook wel andere zangvogels, en dit ondanks de onafgebroken dreiging van het kattenheir. En des winters is de stad vervuld van meeuwen, kokmeeuwen vooral, doch ook zilvermeeuwen, stormmeeuwen en zelfs een enkele mantelmeeuw. Voorts zullen de torens wel enkele kleinere roofvogels herbergen.

Hoe het in Wijkmeester Meijer’s dagen in natuur-historisch opzicht was gesteld, althans hoe hij het zag, daarvan geeft hij de volgende beschrijving:

„In en om de Stad vindt men geen Vossen, Wolven, Beeren of ander verscheurend gedierte, maar wel veel tam vee, als Paarden, Rundvee, Varkens en Schapen. Soms worden er weinige Hasen geschoten. Doch schadelijke dieren zijn er, als Otters, die veel kwaad aan de visch doen, ook We-seltjes en Bonsings, die de Eendvogels, Duiven en Hoenders opeeten, gelijk ook Mollen, die de aarde omwroeten, en in sommige jaren vee le Land-of Aardmuizen, die de velden en vruchten zeer beschadigen. Ook zijn in de Stad veele Water- en Huisratten, gelijk ook veele Muizen, dog tegen dezelve zijn de meeste huisgezinnen van een Kat voorzien. Ook zijn er veele Honden van onderscheidene rassen, van de Jacht- en Bulhond af tot het Schoothondje toe. Dikwerf werd door de Regeering maatregelen tegen het loslopen derzelve beraamd.

Van wild gevogelte vind men er weinig soorten, slechts Reigers, Putoors, wilde Ganzen, Eendvogels en Watersnippen, dog tam gevogelte in groote menigte, als Eendvogels, Hoenders, welke zeer veel eyeren leggen en door



274

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.