Dit geldt echter niet van een bijzondere aangelegenheid, die in zeer nauwe betrekking tot het moeilijke en veelzijdige vraagstuk van de volkshuisvesting staat en wel de volgende:
Het is zeker niet onbegrijpelijk, dat men ten Stadhuize met bezorgdheid den gestadigen groei der stad heeft gevolgd. Men zal er stellig verheugd zijn geweest zoo uitgestrekte en fraaie woonwijken te kunnen scheppen. Maar men was zich wel bewust, dat de onafgebroken voortstormende vloedgolf van de huizenzee, die polders, weiden en akkers, buitenplaatsen en tuinderijen verzwelgt, een euvel is en dat men er beducht was voor de wording van een monsterachtige stad, een Londen of New York op kleine, doch altijd nog veel te groote schaal. De demografen zeggen wel, dat binnen een betrekkelijk klein aantal jaren de groei der bevolking tot staan zal komen, geboorte en sterfte met elkander in evenwicht zullen geraken, en andere geleerden betoogen wel, dat een millioen inwoners het maximum is, dat Amsterdam zal kunnen bereiken, en er schijnt thans weliswaar stagnatie te zijn in den groei der bevolking, dat soms zelfs, hetgeen meer is voorgekomen, een kleine achteruitgang intreedt — butyou never can teil. En zelfs een maximum van een millioen zou beteekenen, dat er voor huisvesting van tweemaal honderd duizend menschen gezorgd zou moeten worden.
Ten Stadhuize krabden de gestelde machten zich dus achter de ooren: men kon toch niet eeuwig blijven aanbreien, zooals vakmenschen dit noemen.
Toen kwam men op een lumineuzen inval: men kon satelliet-steden en -dorpen bouwen op tamelijk grooten afstand van de stad, die dan als het ware koloniën van Amsterdam zouden worden. Rotterdam bezit reeds zulk een kolonie, Hoek van Holland — waarom zou Amsterdam er niet een stuk of vier, vijf kunnen en mogen hebben? Men zou in elk geval met één kunnen beginnen, te bouwen op de Gooische heide, in den driehoek Hilversum-Bussum-Laren.
Van gemeentewege werd een commissie ingesteld, die het denkbeeld zou overwegen, de plannen zou beoordeelen, advies zou uitbrengen. Het resultaat was, dat alles werd afgewimpeld.
Later werd voor den beraamden aanslag op het Gooi boete gedaan op de nobelste wijze, die men zich zou kunnen denken: Amsterdam werd de grootste deelnemer in de Stichting „Het Gooische Natuurreservaat”, door welke verreweg het grootste gedeelte van 'hetgeen in het oude Nardinc-land nog aan heide en voor een aanzienlijk deel aan bosschen aanwezig is, ten eeuwigen dage voor de gemeenschap zal behouden blijven.
270