beroemde imitatieleer. Een bevredigende toestand wordt echter op deze wijze niet verkregen.
Bij de 17de-eeuwsche vergrooting der stad werden wijders twee boschjes aangelegd, het Leidsche en het Muiderboschje, buiten de poorten van deze namen. Van het Leidsche Boschje is nog een en ander overgebleven, in de gedaante van het plantsoen langs de Buitensingelgracht, dat zich uitstrekt van den Overtoom tot de Tesselschadestraat, met inbegrip van het rondpoint, dat waarlijk zelfs den ouden naam heeft behouden. Toen dit laatste werd aangelegd, liep het leven van twee oude platanen gevaar en de liefde der Amsterdammers tot de attributen hunner stad uitte zich toen in een protest tegen het rooien dezer boomen, hetgeen tot gevolg had, dat zij werden verplaatst, welke operatie gelukte, zoodat de protesteerenden en anderen zich verheugen in hun hernieuwden luister. Het Muiderboschje werd lang geleden opgenomen in de Oosterbegraafplaats (dat later plaats heeft gemaakt voor het Koloniaal Instituut, de inrichting voor tropische hygiëne en andere onderwijs-instellingen) en bleef aldus vele jaren grootendeels behouden. Toen deze begraafplaats buiten gebruik werd gesteld, doch het wettelijk voorgeschreven aantal jaren onaangeroerd moest blijven liggen, werd zij een vogelen-paradijs; in de oude, hooge boomen van het Muiderboschje nestelde vele jaren een groote roeken-kolonie. Thans is alles verdwenen; ook de naam, die Reyding echter vereeuwigd heeft in zijn revue De Doofpot:
Een jongmensch had zich opgehangen
Aan een boom in het Muiderwoud,
Om een meisje met roode wangen,
Dat hij gaarne had getrouwd.
De eenige overige groene plekken in de stad waren de begraafplaatsen, van welke Wijkmeester Meijer de volgende opsomming geeft (buiten de aan verschillende kerken verbonden kerkhoven, van welke alleen dat van de Zuiderkerk nog eenigszins herkenbaar is, van de St. Anthoniesbree-straat gezien, waar het oude monumentale toegangspoortje is bewaard gebleven) :
„Karthuiser, Karthuiserstraat; Leidsche, in de Raamstraat; St. Anthonis, op de Nieuwe Heerengracht (het tegenwoordige Hortusplantsoen); Wester, aan de Raampoort; Noorder of Palm, op de Schans voor de Palmstraat; aan het Pesthuis, Overtoomsche Weg; St. Pieters, aan het Funie.” Alle deze begraafplaatsen werden in den loop der jaren opgeruimd. Waren er dus weinig parken en plantsoenen, zoo was er toch in de stad
265