eene premie of een eerepenning uit aan elk, die bewijzen kan een mensch, hetzij kind of volwassene, zonder eenig teeken van leven uit het water opgehaald, door het weder opwekken van dat leven en verdere goede behandeling, gered te hebben. De premie bestaat in zes gouden dukaten of in eene gouden medaille, of wel in eene zilveren medaille en zeven en twintig gulden. De medaille vertoont aan de eene zijde een drenkeling, die door de menschlievendheid van den dood wordt gered, met het randschrift : Redditur Hic enectus Aquis Patriae que suisque, te kennen gevende, dat de drenkeling, dien men als reeds gestorven beschouwde, aan het Vaderland en de zijnen wordt teruggegeven; aan de keerzijde leest men des redders naam in eene kroon van eikenloof gegraveerd, en rondom de kroon het randschrift: ob servatum civem ex dono societatis, behelzende, dat de medaille gegeven is wegens het redden van een burger.”
Het blijkt dus dat de Maatschappij redders eerde en beloonde, doch ook ijverde voor juiste behandeling van drenkelingen, tot opwekking van schijnbaar geweken levensgeesten. Wellicht behoorde de kunstmatige ademhaling reeds tot de aanbevolen maatregelen. Het bekend maken van zulke middelen was wel zeer noodig, want nog in de jeugd van schrijver dezes bestond zeer algemeen het geloof, dat men een drenkeling niet mocht aanraken en moest laten liggen met de voeten in het water, tot er politie was gekomen.
Een veertigtal jaren geleden achtte het Gemeentebestuur het noodig de politie-agenten te voorzien van dreggen, die zij in een lederen tasch op den rug droegen. Na betrekkelijk korten tijd werd deze maatregel ingetrokken. Eenige jaren geleden werd overgegaan tot het hangen van aan stevige, lange stokken bevestigde lus-haken aan de hekken der bruggen, met de bedoeling, er drenkelingen mede te grijpen en boven water te houden. Aanvankelijk werden deze instrumenten, zooals in een land van bal-dadigen als het onze te verwachten viel, veel gebroken en gestolen. Later is er in dit opzicht wel verbetering gekomen.
Er valt op dit stuk nog te vermelden, dat eenige jaren geleden eene vrijwillige Reddings-Brigade van goede zwemmers werd opgericht. Aan de woningen der leden verkondigt een bordje, dat daar een hulpvaardige zwemmer verblijft, bekwaam en bereid zijn goede diensten te bewijzen. Niet alleen menschen, doch ook dieren staan bloot aan het gevaar te water te geraken en het leven te verliezen. Dit is vooral met paarden het geval. Gedurende vele jaren werd in geval een trekdier, dat, meestal met het voertuig, in de gracht was gevallen, hulp geboden door het toestel van Sinck, een bekenden paardenslachter. Thans is het vooral de Brandweer, die
261