„Onder de Ongelukken, welke in deze Stad voorvallen, komt vooral het eerst in aanmerking het Verdrinken, door de veelvuldige Grachten in deze Stad, zijnde volgens eene 40-jarige berekening bedraagt dit getal jaarlijks 59 a 60. Veel geschied dit ook des nachts, door het veele drinken van Sterken Dranken, en volgens het gevoelen van deskundigen kost het hem of haar, die dronken in het Water valt, meestal het Leven. Veele verdrinken ook door het schaatsenrijden des Winters en ook bij zwaren Mist, doch welke echter maar zeldzaam voorvalt.”
Reeds lang geleden was men er op bedacht, maatregelen tegen dit gevaar en tot redding te nemen. Van der Vijver deelt daaromtrent het volgende mede:
„Het j aar 1767 daarentegen wekt onze oplettendheid, al ware het alleen om de geboorte eener Maatschappij, die heinde en ver eerbied en bewondering wekt. Wij bedoelen de stichting der Maatschappij tot Redding van Drenkelingen. Kort en zakelijk zegt daaromtrent de Schrijver van het vervolg op Wagenaar, IV Deel, Bladzijde 279: „In dit jaar (1767) werd in deze Stad de grond gelegd van eene stichting, door welke een groot aantal menschen, die, ingevolge van het wanbegrip of de kwade behandeling van vroegere dagen, aan de samenleving zouden ontrukt geweest zijn, aan deze en hunne bedroefde bloedverwanten werden teruggegeven: Ik heb het oog op de Maatschappij tot Redding van Drenkelingen, of schijnbaar verdronkene personen. Van deze heilzame en prijzenswaardige inrigting had de Regeering nauwelijks kennis bekomen, of zij trad met haar gezag t us-schen beide en beraamde eenige schikkingen, noodig om de oogmerken der maatschappij te bereiken.” In hoe verre die oogmerken zijn bereikt geworden, is bijna voor niemand een geheim gebleven. Duizenden, die het behoud huns levens aan de Maatschappij tot Redding van Drenkelingen verschuldigd zijn, verkondigden dankbaar haar doel en hare strekking; terwijl Europa door eene getrouwe navolging dit uitsluitend voorbeeld van Neerlands grootheid bezegelde... Het eerste middel tot openbare bekendmaking van het doel bestond in een weekblad, bekend onder den naam van De Philosooph, nadat door den Baljuw van Amstelland, Mr. Calkoen, later Hoofdofficier dezer Stad, door eene openbare Afkondiging een krachtig voorbeeld was gegeven om naar buiten te werken en de verkeerde begrippen der menschen tegen te gaan, die meenden, dat men drenkelingen, tot na het afgeloopen onderzoek der Overheid, onaangeroerd, ten minste met de voeten in het water moest laten... Uit het verslag van 24 October 1817 ontwaart men, dat sedert vijftig jaren negentien honderd vier en vijftig schijndooden zijn gered. De Maatschappij looft
260