opslagplaats gedeponeerd, waar het zich nu nog bevindt. Het middenvak van den Dam werd veranderd in een keien-woestijntje, slechts verlevendigd door de poppenkast, de prestaties van een snel-werkenden kunstschilder en die van ambulante photografen.
Het gedenkteeken, dat komen zal, is gewijd aan wijlen Koningin Emma. Het bestaat nog niet en heeft toch reeds een geschiedenis — de volgende: Een comité te ’s Gravenhage schreef een prijsvraag voor een monument ter eere van de Vorstin uit. De jury bekroonde het ontwerp van den beeldhouwer Zijl. Het comité gaf echter de voorkeur aan een ander, dus niet bekroond ontwerp — een beslissing, die heel wat opzien verwekte en hevi-gen pennestrijd deed ontbranden. Er kwam echter geen verandering in het besluit. Het ontwerp, dat de goedkeuring van de aangewezen beoordeelaars niet had kunnen verwerven, werd uitgevoerd en prijkt thans in het Haagsche Rosarium. Toen vaststond, dat Zijls ontwerp niet zou worden uitgevoerd, werd te Amsterdam een comité gevormd, dat beoogde het werk van den kunstenaar een waardige plaats in de hoofdstad te geven. De noodige middelen werden spoedig gevonden en zoo zal Amsterdam zich weldra verheugen in een nieuw gedenkteeken, dat waarschijnlijk in artistiek opzicht het beste van alle zal wezen.
Het Gemeentebestuur heeft de Apollo- en Stadionwijken vrij royaal met sculptureele sierselen begiftigd: een groot beeld van een polospeler te paard vlak bij het Stadion, kleine beelden in de plantsoenen van de Apollolaan, beeldjes op en aan de bruggen voor het Lyceum en voor de Noorder-Amstellaan. Het zijn geen gedenkteekens. Maar er is in deze buurt wel een van bijzonderen aard: een zeer groote zonnewijzer, aan het einde van de Noorder-Amstellaan, tegenover de brug, daar geplaatst ter eere van den K.A.N.W.B., Toeristenbond voor Nederland, bij gelegenheid van zijn 50-jarig bestaan.
Drenkelingen. Een waterstad bij uitnemendheid, als Amsterdam is, levert veel gevaar van verdrinking op. Het kan te Londen of Parijs bezwaarlijk gebeuren, dat iemand bij ongeluk te water raakt, want Theems- en Seine-oevers zijn door hooge en zware borstweringen van het water gescheiden. Drenkelingen zijn daar bijna zonder uitzondering zelfmoordenaars. Maar te Amsterdam, evenals nagenoeg overal elders in ons land, zijn gewoonlijk slechts de bruggen van hekken voorzien en dus het gevaar van te water geraken, vooral bij duisternis en nevelachtige luchtgesteldheid, niet onaanzienlijk. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat Wijkmeester Meijer het onderwerp in zijn aanteekeningen behandelt. Hij zegt er het volgende van:
259