Tellegen en Dr. Wibaut, aan huizenblokken in Zuid aangebracht. Van den laatsten tijd is het gedenkteeken, dat men voor generaal Van Heutsz heeft opgericht aan de Apollolaan, tegenover het Lyceum. Het is een zonderling en weinig aantrekkelijk gewrocht, vertoont sprekende gelijkenis met een in aanbouw zijnde of gesloopt wordende bogenbrug, met een schraal torentje, voorzien van buitensporige bliksemafleiders, een groot beeld en een klein portret-medaillon. Het zou zonde zijn, er meer van te zeggen.
Maar wel moet iets worden gezegd van een gedenkteeken, dat er was, en van een, dat zal komen.
Met het eerste wordt bedoeld het gedenkteeken, gewijd aan den Volksgeest in 1830, dus ter gelegenheid van den opstand der zuidelijke provinciën van het toenmalige Koninkrijk, zijnde het tegenwoordige België. Het was een eenigszins plomp, doch vrij hoog, zuilachtig bouwsel, in blauwen arduinsteen (Amsterdamsch: stoepsteen) uitgevoerd, dienende tot voetstuk van de Nederlandsche Maagd, compleet met schild en speer, uit zandsteen gehouwen. In het zeshoekige basement waren leeuwenkoppen met geopende muilen, bestemd om water te spuiten, hetgeen zij echter uiterst zelden deden. Geen Amsterdammer gewaagde ooit van het Monument van den Volksgeest. Er waren zelfs zeer weinig Amsterdammers, die wisten dat het gedenkteeken officieel zoo heette. Zij spraken van Naatje van den Dam, of kortweg Naatje, welken naam zij voorzegde Maagd hadden toegekend. Waarom juist Naatje? Men weet het niet. Het monument stond midden op den Dam. De borstwering om het waterlooze waterbassin diende velen schoenpoetsers, straatbengels en leegloopers (Amst< r-damsch: kringetjesspugers, vanwege de gewoonte van baliekluivers om over brugleuningen te hangen en tabakspeeksel, afkomstig van de pruimen, oftewel keezen, in het water te spuwen) tot zitplaats. Een groot kunstwerk was het zeker niet, maar het was toch geen onaardige stoffeering van het weliswaar historische, maar niet zeer fraai gevormde en nog minder fraai betimmerde plein. Op een goeden dag verloor Naatje haar linkerarm. Het lichaamsdeel tuimelde naar beneden in het droge bassin. Haar werd geen nieuwen arm geschonken en zoo stond zij daar j aren op den Dam, met één arm, lotgenoote van Nelson op zijn zuil, op het Trafalgar Square, te Londen, die echter bij zijn leven zijn arm was kwijtgeraakt en wiens beeld dus bezwaarlijk met twee armen kon worden uitgerust. Op een anderen goeden dag besloot de Gemeenteraad het monument op te ruimen. Naatje werd naar beneden geheschen, haar voetstuk netjes uit elkaar genomen en het geheele zaakje werd ergens in een gemeentelijke
258