Oostenburg zich bij allerlei gelegenheden lieten gelden en ook wel eens formeele oproerigheid bedreven, zoodat het volstrekt niet onmogelijk is, dat zij jegens andere groepen stadgenooten vijandelijkheden bedreven. De bedoelde verhalen, aan welke altijd wel een zekere mate van werkelijkheid ten grondslag zal hebben gelegen, betreffen dan botsingen tusschen Eilanders en Jordaners, Jordaners en bewoners van de westelijke eilanden (Bickers-, Realen- en Prinsen-eilanden), Jordaners en bewoners van den Jodenhoek. Er wordt verhaald van formeele storm-aanvallen, waarbij de Eilanders de Kattenburgerbrug, de Joden de bruggen, die Marken en Uilenburg met het vasteland verbinden, ophaalden, om aldus den stormloop der Jordaners te stuiten. Bij den krijg tusschen Jordaners en Jodenbuurters zouden de eerstgenoemden hebben gestaan onder bevel van een bekende figuur van het Fransenpad (thans Willemsstraat), Chris Mens, algemeen in de stad bekend als „de Bokkebek”, die echter ook de centrale persoonlijkheid was bij de feestelijkheden, waarmede de vrede tusschen Jordaan en Marken werd beklonken. Vermeld mag hierbij worden, dat de Joden zeer bedreven waren in het „scheppen”, de Eilanders in een vechtmethode, waarbij de jas werd aangewend op dezelfde wijze als Spaansche stierenvechters hun mantilla gebruiken.
Alle deze sagen moeten cum grano salis verorberd worden. Maar onom-stootelijke werkelijkheid zijn twee oproeren, waarvan een zeer ernstig is geweest. Het eene was gericht tegen de afschaffing van de kermis; het veroorzaakte veel herrie, er werden eenige winkelruiten ingeworpen, de schutterij werd onder de wapenen geroepen, cavalerie patrouilleerde in de straten, doch er vloeide geen bloed.
Anders was het in 1886, toen men op de Lindengracht, toen nog ongedempt, het wreede spel van het palingtrekken wilde spelen. De politie belette dit. Hevig verzet volgde, barricades werden opgeworpen, militairen werden gerequireerd, die met geweervuur de rebellie bedwongen; zes en twintig menschen kostte dit het leven.
Er zijn in latere jaren ook nog wel opstootjes voorgekomen, o. a. het zgn. aardappelen-oproer op Kattenburg en nog slechts twee jaren geleden, alweder in den Jordaan, wegens ongunstige veranderingen in de ondersteuning van werkloozen, bij welke gelegenheden eveneens eenige menschen het leven lieten.
In den laatsten tijd kwamen herhaaldelijk botsingen voor tusschen fascisten en communisten, waarbij wel eens stevige klappen vielen, doch geen levens werden vernietigd.
253