In sommige groote steden in het buitenland dragen vele wijken collectieve namen. Te Londen is dit in bijzondere mate het geval, hetgeen een gevolg is van het feit dat eerst het eigenlijke Londen, de city, met Westminster samensmolt en de aldus gevormde stad bij hare onafgebroken voortgaande uitbreiding het eene dorp na het andere in zich opnam; de namen van deze dorpen, van welke vele tot op zekere hoogte nog zelfstandige gemeenten zijn, werden als districts-namen behouden. Vandaar Kensington, Islington, Tooting, Highgate, Hampstead, Hammersmith, Battersea enz. Ook te Parijs treft men dit aan: Montmartre, Montparnasse, Montrouge, Belleville enz.
Te Amsterdam kent men dit niet, althans niet in officieelen of semi-officieelen zin. Wel spreekt of sprak men van den Jodenhoek, den Duvelshoek, de Eilanden, den Jordaan, de Pijp, de Kampong, maar dit zijn volks-uitdrukkingen; het zijn nooit werkelijke plaatsnamen geweest. Thans geeft men ook nog wel bepaalde buurten groepsnamen, die voortvloeien uit de nomenclatuur van de straten: Indische buurt, Transvaal-buut, Rivierenbuurt enz. Een min of meer officieel karakter, dat echter niet gemeentelijk-administratief is, bezitten bepaalde wijken, van gemeentewege, of onder overheids-garantie gebouwd, als: de Tuindorpen Watergraafsmeer (gewoonlijk het Betondorp genoemd, omdat er eenige groepen huizen zijn, die, bij wijze van proefneming, uit beton zijn geconstrueerd), Nieuwendam en Oostzaan. De dorpen, die bij de jongste gebieds-uitbreiding werden geannexeerd: Sloten, Nieuwendam, Buiksloot, Durgerdam, Schellingwoude, Zunderdorp, Holysloot, hebben hunne namen behouden en dit zal wel zoo blijven tot de stad ze zal hebben ingeslikt, hetgeen echter vooralsnog niet te verwachten is.
Over den oorsprong van één buurtnaam is herhaaldelijk veel te doen geweest: den Jordaan. De geleerden zijn het er nog niet over eens en zullen het ook wel nooit worden, want alle gegevens en zeer uiteenloopende verklaringen berusten op volksverhalen, overleveringen en gissingen.
Burgeroorlogen. Het is, zelfs nog in de tweede helft van de 19de eeuw, voorgekomen, dat de bewoners van bepaalde wijken met elkander in twist geraakten, hetgeen meermalen tot georganiseerde vechtpartijen aanleiding heeft gegeven. Wat daarvan bekend is, draagt een legendarisch karakter, zoodat men aan de mondeling overgeleverde relazen der krijgsverrichtingen en heldendaden van bepaalde personen geen al te groote waarde moet hechten. Met zekerheid weet men, dat „de Bijltjes”, d. z. de scheepstimmerlieden van de Eilanden, Kattenburg, Wittenburg en
252