woonachtigen, en ook zeer vele anderen, weten niet, dat deze naam moet worden uitgesproken Dzjeems Koek en zeggen dus op zijn goed Amster-damsch Jaames Kookstraat. Hoe de aan een straat gegeven naam van den Portugeeschen zeevaarder Magelhaes wordt verhaspeld, wat er van Vespucci terecht komt, laat zich gemakkelijk vermoeden.
Een eenvoudig man vertelde schrijver dezes, dat zijn zuster in betrekking was in de Uitepeestraat. Bij onderzoek bleek, dat de Euterpestraat werd bedoeld. Zoo ziet, of liever: zoo hoort men!
Het Gemeentebestuur moge bij voorkomende gelegenheden zich de oude vermaning: „spreek je moêrs taal” herinneren.
Verwonderlijk is ook, dat sommige straten den naam, dien zij helpen vereeuwigen, voluit, met voornamen, dragen; andere daarentegen zijnslechts met den familienaam getooid. Zoo hebben wij de Pieter Corneliszoon Hooftstraat, in volle staatsie, doch daartegenover eenvoudigVondelstraat, zonder Joost van den. Johannes Verhulststraat en Jacob Obrechtstraat, doch Banstraat en Lomanstraat. Pieter Vlamingstraat en Pieter Nieuw-landstraat, doch Commelinstraat en Wagenaarstraat. Hobbemakade en Ruysdaelkade, en dit ondanks er twee Ruysdaels waren, Jacob en Salomon. In verschillende buurten vindt men namen van beroemdheden, die slechts betrekkelijk weinigen bekend zijn. Hoevele menschen weten wie Ban was, en Cornelis Schuyt, en Bertelman? Wat weet het tegenwoordige geslacht van Kinker, Borger, Hasebroek of Bellamy? Indien men straten noemt naar zulke twaalfde rangs celebriteiten, wordt oriëntatie moeilijk en gaat het voornaamste voordeel van namen-groepeering verloren.
Bovendien heeft men veel belangrijker menschen ongenoemd gelaten. Van de beroemde Amsterdamsche architecten werden Jacob van Campen, Daniël Stalpert en Hendrick de Keyser op straathoeken vereeuwigd. Maar anderen, als Joost Bilhamer, den bouwmeester van den prachtigen Oudekerkstoren, de Vingboonsen, aan wie wij zoovele fraaie patriciërshuizen danken, Outshoorn, den architect van het Paleis voor Volksvlijt en van het Amstel-Hotel, laat men in de kou, evenals de eenige 17de-eeuwsche schilderes van beteekenis, Judith Leyster. Naar A. C. Wertheim werd een parkje genoemd, Sarphati heeft zijn straat, kade en park, maar de mannen, aan wie wij het Noordzeekanaal danken, Josephus Jitta en Froger, blijven onvermeld. Van Eeghen, een van de stichters van het Vondelpark, heeft zijn straat en laan, maar de stichters van Artis, van de Hollandsche Ijzeren en van de Rijn Spoorwegmaatschappij hebben niets. Het Gemeentebestuur moge denken aan het bijbelsche gezegde: Geef den keizer wat des keizers is.
251