Van Reigersbergen, de vrouw, en (Elsje) Van Houweningen, de dienstmaagd van Hugo de Groot, die zich verdienstelijk hebben gemaakt bij ’s mans ontvluchting uit Loevesteyn, doch met Frederik Hendrik en met het staatkundige leven ten tijde van Prins Maurits maar bitter weinig hadden uit te staan.
Wellicht hebben vele Amsterdammers in gedachten de vraag gesteld, wat verschillenden gemeentebesturen moge hebben bewogen, sommige straten denzelfden naam te geven en ze dan te nummeren, waarom bepaalde stratengroepen daarvoor in aanmerking kwamen en andere niet. Wij hebben, bij voorbeeld, een Eerste, een Tweede, een Derde Oosterpark-straat. Waarom deze straten niet elk van een eigen naam voorzien? Maar als men verkikkerd was op de onbegrijpelijke nummering, waarom werd dan de straat, die parallel loopt met de drie Oosterparkstraten, niet Vierde Oosterparkstraat, doch Vrolikstraat genoemd? Zulke nummering geeft soms ellenlange namen, als Eerste Hugo de Grootdwarsstraat, waarvan alleen de Rijkstelegraaf voordeel heeft.
Er komt tegenwoordig ten opzichte van de straten-nomenclatuur ook kennis van de uitspraak van vreemde talen te pas en daar zij bij velen niet overvloedig aanwezig is, doen zich op dit stuk zonderlinge dingen voor. Het Gemeentebestuur is hier de schuldige, ten eerste omdat zij sommige namen misleidend heeft gespeld, ten tweede omdat zij ettelijke straten heeft voorzien van namen, die „de massa” niet vermag juist uit te spreken. Dit moge uit eenige voorbeelden blijken.
In de Afrikaansche wijk, in Oost, is een straat, die Tugelaweg heet. Nagenoeg alle bewoners van deze buurt spreken van Tüügelaweg, met sterken klemtoon op de eerste lettergreep. De naam nu is die van een rivier in Zuid-Afrika. Het is een kafferwoord, dat de Engelschen op hunne wijze phonetisch weergeven als Tugela. Volgens onze phonetiek zou er dus moeten staan Toe-dzjie-la, klemtoon op de middelste lettergreep. Maar onze gemeentelijke peetvader heeft het woord, dat het Engelsche klankbeeld van het kafferwoord uitdrukt, overgenomen en er dus aanleiding toe gegeven, dat de straatnaam hier klinkt, zoo, dat geen Engelschman en zeker geen Kaffer hem zou verstaan.
Het ware verstandig geweest, deze straat niet zulk een naam te geven; er had in Zuid-Afrika wel een andere gevonden kunnen worden, die geen uitspraak-moeilijkheden zou hebben opgeleverd.
Hetzelfde geldt van vele namen in de wijk der zeevaarders en ontdekkers in West. Daar is, bij voorbeeld, een straat, genoemd naar den grooten Engelschen ontdekkingsreiziger James Cook. De meeste in deze buurt
250