smolten met het lidwoord ,n en het verkleinwoord ie = vrouwtje, meisje in het bijzonder: lichtekooi); koefnoentje (Hebreeuwsche letters koef en noen — k en n, initialen van kost niets, dus iets dat kosteloos is); tof (He-breeuwsch touf — goed) ook overdrachtelijk gebruikt, als in toffe jongens = schelmen.
De Spaansche en Portugeesche (Sefardische) Joden, waarvan echter ook vele uit Italië en den Levant afkomstig zijn, bedienden zich aanvankelijk van hunne moedertalen, doch gingen er vrij spoedig toe over het Neder-landsch te gebruiken. De ongeveer een halve eeuw later hier neergestreken Duitsche en Poolsche Joden spraken Jiddisch, hetgeen een taal is, bestaande uit een soort plat, waarschijnlijk ook voor een deel middeleeuwsch Duitsch, verhaspeld Hebreeuwsch en verder verwrongen woorden uit de talen van de volken onder welke men verbleef, dus in Oost-Europa met Slavische, hier te lande met Nederlandsche. Ongetwijfeld zullen velen van hen betrekkelijk spoedig zich van het Nederlandsch hebben bediend. Doch men mag aannemen, dat de massa van de uit Duitschland en Polen herkomstige (Askenasische) Joden, tot diep in de 19de eeuw het Jiddisch als omgangstaal in eigen kring gebruikte. In schrijvers jeugd was dit nog in groote mate het geval; rabbijnen hielden toen zelfs nog leerredenen in het Jiddisch. Thans is het gebruik van deze taal vrijwel uitgestorven. Sommige ouderen gebruiken haar nog wel eens onder elkander; de jongere Joden kennen haar niet.
Straatnamen. Elders in dit boek werd reeds een en ander gezegd aangaande namen van straten, grachten enz. Er werd gesproken over het veranderen van historische namen en over de benamingen, die de Joden aan straten in hunne oude buurt hebben gegeven. Hiermede is echter het onderwerp geenszins uitgeput. Zoo is er bij voorbeeld wel iets te zeggen over de groepeering van straatnamen.
Het is in groote, en zeker in zeer groote steden vaak bezwaarlijk een bepaalde straat te vinden. Zelfs inboorlingen hebben er dikwerf moeite mede en voor vreemden is het somtijds een wanhopig werk. Te Londen heeft men er op gevonden, dat men achter den naam der straat dien van het district, waarin zij is gelegen, van een in de nabijheid gelegen park, of van een naburig algemeen bekend openbaar gebouw plaatst. In Amerika heeft men korte metten met de moeilijkheid gemaakt. Men heeft dit kunnen doen, omdat daar te lande geen oude vestingsteden met nauwe, kromme straten en warnetten van stegen bestaan. De steden worden aangelegd met lange, rechte, elkander haaks kruisende straten. De zeg Noord-
247