billet in ontvangst te nemen en het in de stembus te steken, hetgeen niet impliceert dat men ook stemt. Dit was velen niet naar den zin. Tot dezulken behoorde een kleine groep jonge kunstenaars en derzelver „vlooien”, die hun af keer van de politiek opzienbarend wilden demon-streeren. Zij constitueerden zich tot hetgeen zij de Rapalje-Partij noemden en stelden voor het lidmaatschap van den Gemeenteraad een alom bekend straattype, een verloopen mensch, die bekend stond als Hadt-je-me-maar (een uitdrukking welke hij meisjes, die hem „in de maling namen”, toeriep), candidaat. Deze ongepaste grap had succes bij een aantal jongelieden, met het gevolg, dat de bedelaar tot raadslid werd gekozen. Men wist echter maatregelen te nemen, om te beletten, dat de man de raadzaal betrad. Het schandaal, dat de Rapaljanen, zooals men hen noemde, hadden gehoopt te verwekken, werd dus verijdeld. Deze eerste poging tot sabotage der verkiezingen is ook de laatste geweest.
Atlassen. Het is een bekende eigenaardigheid van tallooze ingezetenen van groote steden, dat zij, om zoo te zeggen, hun stad niet kennen, zelfs niet als zij er geboren zijn, en o. a. van het bestaan van allerlei merkwaardigheden van de plaats hunner geboorte of inwoning onkundig zijn, en zoo al, er nooit een bezoek hebben gebracht. Verreweg de meeste Amsterdammers hebben nooit het Paleis op den Dam van binnen gezien en hebben evenmin ooit het inwendige van de Oude en de Nieuwe Kerk, met hare praalgraven, geschilderde glazen, de historische ijzeren kapel enz. aanschouwd. Menschen van dit slag klimmen, als zij in een buitenland-sche stad zijn, op een toren; maar hoevele Amsterdammers hebben den Wester-, den Zuider-, den Oudekerkstoren beklommen? Zij loopen te Londen, te Parijs, te Berlijn en elders de musea af, maar hoevelen hunner doen dit in hun eigen stad? Schrijver dezes heeft wel, om de proef op de som te nemen, herhaaldelijk aan geboren Amsterdammers gevraagd, of zij wel eens in het Museum Fodor waren geweest? De meesten moesten neen zeggen en sommigen wisten niet eens waar dit museum is gelegen! Toen eenige jaren geleden Johannes Vermeers beroemde Straatje in een verkooplokaal was te zien, stroomden duizendtallen er heen en verdrongen zich voor het prachtige schilderij. Maar jaren op jaren had het gehangen in de voor het publiek toegankelijke beroemde Verzameling-Six, waar men het op zijn gemak kon bezichtigen — en daar kwam nagenoeg geen enkele Amsterdammer.
Onze stad bezit het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum, ook wel Suasso-Museum genoemd. Er zullen niet vele Amsterdammers zijn, die
242