Tot behulp voor den noodtdruftigen is hier gestelt De Banck van Leeninge voor een cleyn geit.
Op den Heiligenweg, tegenover de Voetboogstraat, vindt men de prachtige poort van het Tucht- of Rasphuis (thans zweminrichting). Daar staat de naam der voormalige instelling in het Latijn: Castigatio, en daaronder:
Virtutis est donare Quae cuncti pavent,
hetgeen ongeveer beteekent: Het is der dapperheid eigen, te temmen hetgeen elk vreest.
In onze dagen heeft Berlage de oude traditie gehandhaafd. Boven de middenpoort van de Beurs, aan het Damrak, liet hij deze regels van Albert Verwey beitelen:
De aard wordt straks een: de volkren zijn als groepen Van d’ eenen bond, die heel haar bol beheerscht.
Door land, door zee, streeft trein, streeft vloot om ’t zeerst Naar ’t wisslend doel, waarheen ze elkander roepen.
Boven den hoofdingang staat:
Als voorhoofd strekt de steen op de ingangsbogen,
Verstand des hemels breke in heldre lijn,
Daar uit tusschen zoo mensch als dingen zijn Veel omgangsdaden als ’t bestaan beoogen.
Ook deze regels zijn van Verwey.
De hondenkar. Met dit woord bedoelt men gewoonlijk: een kar, door een of meer honden getrokken. Sinds zeer vele jaren kent men de hondenkar in dezen zin te Amsterdam echter niet. Lang geleden werd het gebruik van den hond als trekdier in onze stad verboden — een maatregel, voor welken men het gemeentebestuur, dat hem vaststelde, nog heden van harte dankbaar moet wezen. Het ellendige schouwspel van afgebeulde honden, die zwaar-beladen karren voortsleepen, is velen geslachten van Amsterdammers bespaard gebleven. En toen eenige jaren geleden de geheel onvoldoende en bovendien slecht gehandhaafde Trekhonden wet tot stand kwam en de op dit stuk bestaande gemeentelijke verordeningen dus moesten vervallen, wist het tegenwoordige gemeentebestuur toch een vernuftig middel te vinden, door hetwelk de bestaande toestand gehandhaafd bleef. Maar er is een, gelukkig niet langdurige, periode geweest, dat
239