talrijk. De meesten zijn Duitschers, die wel snugger genoeg zijn om te begrijpen dat Uitgang hetzelfde is als Ausgang. De weinig minder talrijke Belgen zijn öf Vlamingen, die geen vertaling noodig hebben, of Walen, die, dank zij de tweetaligheid huns vaderlands, het woord uitgang wel kennen. Waartoe dan Sortie? — Gaat men nu de straat op, dan ontmoet men: Coiffeur, Lunchroom, Maison de Nouveautés, Maison de Blanc, Byoutier (bijna altijd met y in plaats van ij), Tailor, Maison zus of zoo, enz. Vele hotels dragen Fransche of Engelsche namen en in nagenoeg alle eethuizen worden op de spijskaart de gerechten met Fransche namen vermeld. Een fabriek te Halfweg deelt alom mede, dat zij een no nail kist vervaardigt; spijkerloos is natuurlijk niet mooi genoeg. Een particuliere kermis heet onveranderlijk Kermesse d’été, en een nachtfeest wordt gewoonlijk a giorno verlicht. Een Amsterdamsche zaal-directie noodigt de liefhebbers van een dansje uit tot haar Tanz Klause en vele kappers hadden tot voor korten tijd de gewoonte op de puien hunner salons te beloven, dat er immer jemand zu Hause zou zijn. De gemeentelijke overheid blijft niet achter. Een slachthuis hebben wij niet, wel een abattoir; de tramwagens hebben hunne remises; als de Stadsschouwburg moet verhuurd worden, verschijnt er een cahier de charges; een boulevard hebben wij hier gelukkig niet, maar wel een Ceintuurbaan. In geen enkel land vindt men zulke verwaarloozing en geringschatting van de eigen taal. In dit opzicht zijn wij eenig. Reden tot voldoening is er niet in gelegen. Toen een Parijsche vriend van schrijver dezes hem ter gelegenheid van een wandeling verzekerde, zich te Amsterdam thuis te gevoelen, daar hij niets dan Fransch om zich heen zag, was een beschaamd stilzwijgen het eenig passende bescheid.
Gevelsteenen. De gevelsteen is, naar het schijnt, een Nederlandsch voorwerp. Schrijver dezes heeft althans in andere landen zeer weinig aangetroffen, dat er gelijkenis mede heeft; wel friezen met figuur- en andere voorstellingen, doch werkelijke gevelsteenen zelden. Te Amsterdam zijn zij in het verleden zeer talrijk geweest en nog heden prijken hier vrij vele oude huizen met gevelsteenen. Soms zijn zij primitief, maar vele zijn merkwaardig en niet weinige mogen ware kunststukken worden genoemd.
In de vandalistische 19de eeuw zijn bij de toen aan de orde van den dag zijnde sloopingen en verhanselingen van oude huizen, tallooze gevelsteenen verloren gegaan. Men bekommerde zich toen weinig om hetgeen het voorgeslacht aan mooie dingen had achtergelaten; men had alle begrip van schoonheid verloren; piëteit kende men niet; er werd roekeloos vernield; en zoo werden ook de hemel weet hoe vele gevelsteenen tot puin
235