geslagen. Ook op dit stuk is verandering gekomen. Vaak wordt bij afbraak van een oud huis de gevelsteen zorgvuldig bewaard en in den gevel van het nieuwe gemetseld. Een goed voorbeeld daarvan is te vinden in het gebouw van Van Gend & Loos, N.Z. Kolk, dat de gevelsteenen toont van eenige oude huizen, die daar ter plaatse hebben gestaan. Een tweede voorbeeld is een gemeentelijk gebouw in de Nieuwe Uilenburgerstraat, dat met ettelijke gevelsteenen, afkomstig van bij de saneering dezer buurt gesloopte huizen, is versierd. Ook worden wel oude gevelsteenen geplaatst in nieuwe huizen in oudere buurten en er zijn, ten slotte, wel huizenbouwers, die nieuwe gevelsteenen laten maken en plaatsen. — Een klein aantal jaren geleden hebben bekende vrienden van het oude Amsterdam een Vereeniging voor Gevelsteenen gesticht, die de schatten, welke zij vergaarde, met verlof van het Gemeentebestuur liet metselen in de blinde muren van het Burgerweeshuis aan de St. Luciënsteeg. De Vereeniging werd later ontbonden, na haar taak te hebben overdragen aan den Oudheidkundigen Bond.
Straat-poëzie. Van den gevelsteen naar het dichterlijke opschrift, is slechts een stapje. De Nederlanders waren altijd verslaafd aan rijmelarij. Ver-jarings-, nieuwjaars-, bruilofts- en dergelijke gelukwenschen werden meestal berijmd. Op grootvaders of moeders verjaardag zegden de kinderen versjes op. De oud-vaderlandsche lekkernij, die ulevel heette, was gewikkeld in een papiertje, waarop een tweeregelig gedicht. Maar de dicht-liefhebberij bepaalde zich niet tot zulke huiselijke gebeurtenissen of dingen. Zij werd ook botgevierd op openbare gebouwen. De bestemming van vele zulke werd vaak in rijm en versmaat, gehouwen in steen, boven den ingang verkondigd; het geschiedde ook wel in dichterlijk-zinnebeel-digen vorm. Gewoonlijk werd daarbij de eigen taal gebezigd, doch in enkele gevallen kwam er Latijn aan te pas. Het kwam zelfs voor, dat de overheid, ook als het zeer ernstige dingen gold, in verzen tot de burgerij sprak. Zoo werden in de 18de eeuw, toen een oproerige beweging in de stad gaande was, voor alle zekerheid eenige kanonnen in het Stadhuis opgesteld en aan den Dam-gevel de volgende waarschuwing bevestigd:
Alster verraad Ofte oproer-kwaad,
Wierde vernomen,
Men zal tot baat Geschut op straat
Hier uit doen komen. '
236