hen, die haar stichtten. Als haar president en tevens als wethouder was hij het voornamelijk, die, ondanks allerlei moeilijkheden en tegenwerking, het graven van het kanaal wist door te zetten. Op i November 1876 werd het geopend. De Kanaalmaatschappij was uiteraard genoodzaakt kanaal-rechten te heffen, hetgeen de ontwikkeling van de haven belemmerde. In 1884 werd zij ontbonden; de Staat nam het kanaal over. Zes jaren later kwam een overeenkomst tusschen Amsterdam en het Rijk tot stand, waarbij kanaal- en havengelden werden afgeschaft. Van dat oogenblik af kon de Amsterdamsche haven werkelijk herleven. Dat zulks mogelijk was, is echter in eerste instantie te danken aan de mannen van de Kanaalmaatschappij, die, ondanks ongehoorde tegenwerking van Regeeringswege, hunne zware taak volvoerden en Amsterdam zijn onontbeerlijke verbinding met de zee verschaften. Van deze wakkere Amsterdammers moet Josephus Jitta het eerst worden genoemd.
232