Terzelfdertijd werd de raadzaal, in het eigenlijke Prinsenhof gelegen, onder handen genomen. Vrijwel het geheele gebouw werd gesloopt, met uitzondering van den historischen gevel, achter welken een nieuwe, ruime en fraaie raadzaal, met bijbehoorende wacht- en koffiekamers, spreekkamers en dienstvertrekken werden gebouwd.
Intusschen, en gedurende vele jaren, woedde in en buiten het gemeentebestuur een heftige strijd om het Paleis, dat eenmaal Stadhuis was geweest. Vooral de vraag, of het nog steeds aan de stad behoorde, was in het geding. Het kwam vast te staan, dat het aan de stad toebehoorde. Maar een andere en niet minder gewichtige vraag was, of het oude Stadhuis nog geschikt was, of geschikt gemaakt zou kunnen worden, om dienst te doen als modern raadhuis.
Het is niet wel mogelijk deze geheele geschiedenis in beknopten vorm te verhalen. Derhalve wordt volstaan met de mededeeling, dat ten slotte een Paleis-Raadhuis-Commissie werd benoemd, die opdracht had alles grondig te onderzoeken, o. a. ook welke bestemming aan het gebouw gegeven zou kunnen worden, indien bij geval zou worden geconcludeerd, dat het voor raadhuis niet zou kunnen dienen. Deze Commissie bracht na eenigen tijd een voorloopig rapport uit. Een definitief rapport zou eerst mogelijk zijn nadat een alzijdig technisch-bouwkundig onderzoek zou zijn gehouden, voor welk doel een credietvan ƒ40.000 werd aangevraagd. Alvorens daaromtrent kon worden beslist, begon een nieuwe factor zich te laten gelden.
Het Paleis voor Volksvlijt was eenige jaren te voren door brand vernield. De gemeente kocht den grond, waarop het had gestaan en later de meeste belendende huizen, plus de Galerij om den voormaligen tuin. Van Rijkswege werd aan de gemeente aangeboden het Paleis-Raadhuis aan den Staat af te staan, tegen een compensatie van tien millioen gulden (te voren was reeds een dergelijk voorstel, met aanbod van vijftien millioen, gedaan), te bestemmen voor den bouw van een nieuw raadhuis.
De propositie was ongetwijfeld aanlokkelijk. Het terrein aan het Frede-riksplein was groot genoeg voor den bouw van een stadhuis en den aanleg van een tuin, die door het water van de oude vest fraai zou worden afgesloten. Het zou mogelijk worden van Weteringschans, Hoogesluis en Sarphatistraat een mooien verkeersweg te maken. Het Frederiksplein zou voor het raadhuis een fraaien voorhof zijn. Alles bijeengenomen een ideale oplossing, zelfs als men de ligging van het stadhuis buiten het oude stadscentrum en betrekkelijk ver van de voornaamste en grootste nieuwe wijken, minder wenschelijk zou achten.
213