Amsterdam, die groote stad

Titel
Amsterdam, die groote stad

Jaar
1936

Druk
1936

Overig
1ed 1936

Pagina's
353



hunne tien tot zestien groote bladzijden, omvatten en geven letterlijk alles. Er is geen gebied, dat zij niet bestrijken. Het doen en laten van de geheele wereld wordt er in gerapporteerd. Alle menschelijk denken, alle verrichtingen der menschheid worden geboekstaafd. Met groote snelheid en zekerheid lichten zij hunne lezers in nopens letterlijk alles, dank zij eene tot volmaaktheid gebrachte organisatie en outillage. Vrouwen, kinderen, liefhebbers van allerlei spelen, zakenmenschen, belangstellenden in wetenschap en kunst, in politiek en diplomatie, gewone burgers en ongewone, voor allen wordt gezorgd, snel, goed, volledig. Het is geen chauvinistische overdrijving, te zeggen, dat de Nederlandsche dagbladpers de beste ter wereld is — het is geen vooringenomenheid van den Amsterdammer, die dit schrijft, als hij de Amsterdamsche dagbladen tot de beste der Nederlandsche rekent.

Ten tijde van Amsterdams renaissance, die in de jaren ’80 van de 19de eeuw een aanvang nam (Joost Mendes heeft haar in zijn Het Geslacht der Santeljano’s voortreffelijk en indrukwekkend vereeuwigd), uitte zich de nieuwe geest, het nieuwe streven, het nieuwe willen en kunnen, behalve in de dagbladen, ook door middel van de periodieke pers.

Naast het radicale dagblad De Amsterdammer verscheen een weekblad met denzelfden naam (het werd later, naar de kleur van het omslag, De Groene genoemd) en eveneens onder redactie van De Koo, wiens Warme Kadetjes en Julius Pruttelman Brommeijer, de kampioen van „De Bocht”, meesterstukken van ironischen spot waren. Het blad stelde verder jongen politici en publicisten in de gelegenheid zich te doen gelden. Het behandelde literatuur, kunst en politiek, frisch en vroolijk, met nieuw geluid en langs nieuwe banen. Braakensiek teekende wekelijks een politieke plaat voor het blad en gedurende eenige jaren kwamen als extra bijvoegsels Jan Veths beroemd geworden portretten van „bekende tijdgenooten”, van welke één, „ook een bekende tijdgenoot”, dat van Johan, den oudsten en popu-lairsten bediende uit Di Port van Cleve, algemeene vreugde wekte.

Eenige jaren later stichtte P. L. Tak, die tot de redactie van het dagblad De Amsterdammer had behoord (hij schreef daarna zijn prachtige raads-overzichten in De Telegraaf), het weekblad De Kroniek, dat in vele opzichten weergaloos mag worden genoemd, al ware het slechts om Tak’s eigen artikelen, waarin de uiteenloopendste aangelegenheden op magistrale wijze werden behandeld. Doch er was ook een staf van medewerkers, wier ge-zamenlijken arbeid De Kroniek tot een unicum maakten ■— de rijmen van Piet de Smeerpoets (André Jolles) in het bijzonder. Voor De Kroniek teeken-den o.a. Jan Veth (die er zijn reeks portretten van „bekende tijdgenooten”

207

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.