niet minder. De Koo toonde zich in De Amsterdammer, als pleitbezorger van de energieke radicalen, een weergaloos meester op alle wapens. Maar er waren nog anderen, wier namen in de wereld der journalistiek roemrijk bekend zijn en zullen blijven: Dr. P. H. Ritter en Dr. Easton van Het Nieuws van den Dag; Mr. P. J. Troelstra en P. L. Tak van Het Volk; A. L. H. Obreen van De Telegraaf; D. A. van Waalwijk van het Nieuwsblad voor Nederland; Mr. A. Polak van Het Handelsblad.
Zij waren alle hoofdredacteuren. Maar aan den Amsterdamschen journalistenhemel fonkelden nog vele andere sterren, meesters in hun vak, v ier glans nog geenszins is verbleekt, als daar zijn (of waren): Geerke, type van den moedigen en eerlijken verslaggever; Van Harpen, gedurende eemge jaren hoofdredacteur van H Geeltje; Pisuisse, die later een fameuze liedjeszanger zou worden en aan wiens leven een moordenaar een einde maakte; Berckenhoff, correspondent van „de Nieuwe Rot”, zooals het groote Rot-terdamsche blad in de journalistenwereld wordt genoemd, die met groote vaardigheid over letterlijk alles wist te schrijven; Schaap en Van Lissa, bijzonder bekwame verslaggevers, eerstgenoemde ook eenige jaren hoofdredacteur van De Echo; Calisch, de geduchte houwdegen van het Handelsblad — en zoovele anderen.
Er zijn dagbladen gekomen, gegaan en gebleven. Maar er zijn er ook geweest, die om zoo te zeggen als embryo stierven. Zoo rees ongeveer 1895 bij wijlen Herm. Kuyper, secretaris van den Diamantbewerkersbond, het plan van een algemeen dagblad van en voor de vakvereenigingen. Hij bracht het tot de productie van een proefnummer. Verder is het niet gekomen ; doch het denkbeeld was aanleiding tot de stichting van Het Volksdagblad. Het tweede geval was het plan van wijlen Broekhuis, een merk-waardigen avonturier, die o.a. veel geld wist te halen uit allerlei bedenkelijke loterijen, tot stichting van een dagblad; daartoe waren reeds vele voorbereidingen getroffen; een hoofdredacteur was benoemd en hield zich bezig met de vorming van zijn staf; maar toen legde de justitie de hand op den ondernemer, die kort daarna stierf, zoodat het nieuwe dagblad doodging voor het geboren was.
De dagbladen van dezen tijd zijn geheel andere dingen dan die van vijftig tot zestig jaren geleden, zoowel wat omvang als wat inhoud betreft. Voorheen waren zij klein van formaat en het aantal bladzijden was beperkt; de inhoud bepaalde zich tot binnen- en buitenlandsch nieuws, beurs-, handels- en scheepvaartberichten, eenig kunstnieuws, gewoonlijk korte verslagen van zittingen van politieke lichamen, nog kortere van belangrijke bijeenkomsten en een feuilleton. Onze tegenwoordige dagbladen met
206