DE DAGBLADPERS
1~T
et Nederlandsche nieuwsblad is zeer waarschijnlijk geboren te Amsterdam, waar reeds vroeg in de 17de eeuw de boekverkooper Broer Jansz., „courantier in het legher” van Prins Maurits, nieuwstijdingen het licht deed zien en in 1626 overging tot geregelde uitgifte van zijn Courant uit Italië en Duytschlandt.
Het oudste der thans nog verschijnende dagbladen is eveneens Amster-damsch: het Algemeen Handelsblad, dat, geboren in 1828, drie jaren later de Nieuwe Amsterdamsche Courant in zich opnam en dezen naam tot heden toe in den titel voert.
Veel ouder was De Amsterdamsche Courant, naar de kleur van het papier ’t Geeltje genoemd, die echter in 1973 ophield te verschijnen en opgenomen werd in De Telegraaf.
Het Handelsblad zal wel geruimen tijd het eenige Amsterdamsche dagblad zijn geweest, althans tot 1846, in welk jaar het katholieke dagblad De Tijd verscheen.
Verdere ontwikkeling bleef uit, hetgeen vooral moet worden toegeschreven aan het dagbladzegel, dat de courant zoo duur maakte, dat het slechts voor vermogenden bereikbaar was. Toch waren ook vele anderen begeerig de binnen- en buitenlandsche gebeurtenissen te volgen en uit dit verlangen ontstond een eigenaardig bedrijf, dat van het verhuren van dagbladen. De ondernemer nam een aantal abonnementen. Onmiddellijk na verschijning bracht hij de bladen naar de eerste reeks zijner klanten, die hem zeg vijftig cents wekelijks betaalden. Den volgenden morgen haalde hij bij hen de bladen weg en bracht ze naar de tweede lezersgroep, die dertig centen ’s weeks betaalden — en zoo vervolgens, tot die van de laatste groep, die van een dubbeltje, de krant van Maandagavond op den Woensdagavond ontvingen, doch haar dan ook mochten behouden. Het bedrag, waarmede het totaal der huren den abonnementsprijs overtrof, was de winst des ondernemers.
204