waaruit het huis-amusement, dat radio wordt genoemd, is ontstaan. Zij brengt „de gesproken courant”, redevoeringen, muziek en zelfs kerkdiensten en tooneel, het „hoorspel”, in de huiskamer, is dus van privaten aard en moet derhalve buiten bespreking blijven, behalve waar zij, op twee punten, het openbare leven raakt. Het eerste is de gruwelijke ontsiering, vooral in de nieuwe wijken, door de massa’s antenne-palen op de daken, tegen welk euvel het stadsbestuur thans krachtdadig optreedt. Het tweede is het pandemonium in de huizen en des zomers, als de vensters openstaan, ook in de straten, als de tallooze luidsprekers spreek- en muziek-geluiden uit alle deelen van Europa dooreen uitbraken, tegen welk kwaad maatregelen zijn genomen, die echter weinig uitwerking hebben.
In deze wereld moet voor alles een prijs worden betaald. Voor de dikwijls twijfelachtige zegeningen, met welke wetenschap en techniek ons hebben begiftigd, zoo de benzine-motor, de radio, de gramofoon, bestaat de prijs in de rust en de stilte, die de mensch behoeft, doch vrijwel nergens meer kan vinden, zeker niet in de groote stad.
203