lang. Een zwerversleven volgde. In het buitenland is hij gestorven. De cafés-chantant zijn verdwenen. De Nes, voorheen de straat van deze inrichtingen, alsmede van bordeelen, rendez-voushuizen, artisten-café’s, ar-tisten-pensions enz., is een stille straat geworden, centrum van den tabakshandel, met talrijke kantoren, plus verkooplokaal Frascati; van het oude rosse nachtleven is er geen spoor meer te vinden. Ook in de Warmoes-straat is er niets meer van te bekennen.
Amsterdam is daarom echter niet van cabarets ontbloot. Alom in de stad, tot in verschillende buitenwijken toe, vindt men café’s, waar eiken avond, althans op Zaterdag- en Zondagavonden, een of meer variété-artisten optreden. In sommige groote café’s, die hunne bezoekers op orkestmu ziek onthalen, treden ook wel zangeressen, diseuses e.d. op. Op het eertijds deft ige en stille Thorbeckeplein, alsook op het Rembrandtplein tusschen de Reguliersdwarsstraten, bevinden zich ettelijke, ietwat vreemdsoortige café’s, die tevens cabaret zijn. Het Theater Tuschinsky, op de Reguliersbree-straat, geeft in zijn afdeeling, die La Gaitê heet, cabaret-kunst van hoogere orde. En wie een volkscabaret wil genieten, kan zijn hart ophalen bij Tilly Kalkhoven in den Jordaan. Ten slotte is ook in sommige bioscooptheaters een deel van het programma aan de cabaret-kunst gewijd.
Van dit onderwerp kan niet worden afgestapt zonder vermelding van hetgeen men zou kunnen noemen de artisten-beurs, die eiken Maandagmiddag wordt gehouden in De Kroon, op het Rembrandtsplein. Daar komen de heeren en dames, die als cabaret- en variété-kunstenaars door het le en gaan, alsmede directeuren en impresario’s, bijeen. Het is er druk en gezellig, in de zaal zoowel als op het trottoir en wie er aanknoopingspunl en heeft of kan vinden, ervaart dat deze artisten meestal vriendelijke menschen zijn, met wie om te gaan even aangenaam als leerrijk is.
Een voornaam bestanddeel van de instellingen van vermaak zijn de bioscopen. Zij zijn te Amsterdam, evenals in alle groote steden, talrijk. De meeste bevinden zich in het oude stads-centrum, doch er zijn ook vele in de buitenwijken. Sommige bezitten rijke interieurs, met kostbare betimmeringen, fraaie tapijten, andere zijn eenvoudiger en er zijn ook enkele, welker behuizing in de „nieuwe zakelijkheid” of het „nieuwe bouwen” haar oorsprong vindt, als bij voorbeeld de Cineac (afkorting van cinéma d’actualités), op de Reguliersbreestraat, waar men een uur lang de gebeurtenissen van den dag, afgewisseld door amusements-filmpjes, kan aanschouwen.
De techniek, die ons het bewegende photografische beeld heeft gebracht, heeft de menschheid ook gelukkig gemaakt met de draadlooze telefonie,
202