stellingszaal, waar van tijd tot tijd kunst-exposities, later ook wel kunstveilingen werden gehouden. Het verloop van zaken was vrijwel gelijk aan dat van het Panopticum. Jarenlang stond het gebouw ongebruikt. Het werd bouwvallig. De gemeente kocht het en liet het ongeveer een jaar geleden sloopen. Daar men niet onmiddellijk aan het terrein een bestemming wist te geven, werd er een eenvoudig plantsoen op aangelegd, dat, dank zij de mooie boomen, die het omringen, zeer geslaagd mag worden genoemd en een niet onwaardigen achtergrond heeft in het gebouw van de Middelbaar-Technische School. Het is zelfs een zoo goed geheel geworden, dat de buurt er bij zou winnen als het behouden bleef. Gedurende eenige jaren heeft de stad nog een panorama bezeten, een allerbanaalst semi-permanent gebouw, dat in het Vondelpark bij de Vossiusstraat stond. Het doek stelde Constantinopel voor. Het trok slechts korten tijd publiek en verdween.
Uit denzelfden tijd stamt het Circus Carré, aan den Amstel bij de Hooge-sluis. De Duitsch-Nederlandsche familie Carré gaf sinds jaren circusvoorstellingen in ons land, bijzonderlijk te Amsterdam. Haar hoofd, Oscar Carré, een zeer populaire en geziene figuur — aan zijne instelling was zelfs het praedicaat Koninklijk verleend — ging er toe over het in zijn soort grootsche circusgebouw te stichten. Vele jaren lang was de onderneming in trek. Oscar Carré zelf had met zijn twaalf Trakhener hengsten, zijne echtgenoote met haar schoolrijden veel succes. August de Domme (de Amsterdammer Jacques Schuitenvoerder) was beroemd, evenals de clown Eugène. Schitterende balletten, zelfs waterballetten, werden gegeven. Wat er met en in een circus te doen viel, werd gedaan, doch ten slotte komt het altijd op hetzelfde neer. Het publiek kreeg er op den duur genoeg van. Achteruitgang trad in; verval bleef niet uit; het gezelschap werd ontbonden; het gebouw werd ingericht tot schouwburg, als hoedanig het nog steeds dienst doet.
Een ander circus, in- en uitwendig leelijk, stond in het begin van de jaren ’90 op hetgeen thans de Hobbemakade is. Het had een kortstondig bestaan.
Tot de instellingen van vermaak behoorden ook de cafés-chantant, die vooral in de jaren ’80 en ’90 van de 19de eeuw talrijk waren. Zij schijnen echter geenszins de eerste te zijn geweest. Reeds in 1840 had men eenige inrichtingen van dezen aard. In dat jaar werd het gebouw Het Wapen van Amsterdam, Kloveniersburgwal hoek Rusland, aanvankelijk bierbrouwerij, daarna hotel, veranderd in een tempel des vermaaks en Casino genoemd. Het werd, althans ten deele, gewijd aan hetgeen men heden variété of
199